Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[gedaagde 1] te [woonplaats 2] ( [land] )2. [gedaagde 2] te [woonplaats 2] ( [land] ),
1.Inleiding
2.De procedure
3.De feiten
Nu niet is gebleken dat sprake is van een waargebeurde misdaad noch dat daarvoor een gegrond vermoeden bestaat, is de classificatie ‘true crime’ onzorgvuldig. Daarnaast is de berichtgeving eenzijdig en tendentieus, onder meer omdat ten behoeve van de luisterervaring informatie is achtergehouden, waarbij geen deugdelijke wederhoor is toegepast door klager pas in de vijfde aflevering aan het woord te laten. In zoverre is de klacht gegrond.
4.Het geschil
- waar verbleef [erflaatster] gedurende het moment van verdwijning uit [stadsdeel] , tot haar overlijden;
- welke zorg heeft [erflaatster] gehad in de periode dat [gedaagde 2] claimt dat zij haar heeft verzorgd;
- alle correspondentie met Aegon omtrent de uitkering van de levensverzekering;
- alle correspondentie met ASR omtrent de beleggingsverzekering bij ASR;
- antwoord op de vraag of de auto, de postzegelverzameling en muntenverzameling zijn behouden, of verkocht, en indien deze zijn verkocht, informatie over de verkoop (datum, nieuwe eigenaar, koopsom);
- wie heeft de notaris gebeld voor het opmaken van het testament en overlegging van alle correspondentie met de notaris en/of het notariskantoor met [erflaatster] en/of [gedaagden] c.s. en/of het ziekenhuis en/of medewerkers daarvan.
5.De beoordeling
- de bevoegdheid van de Nederlandse rechter;
- het op de vorderingen toepasselijke recht;
- de nietigheid of vernietigbaarheid van het testament;
- de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid;
- de vraag of sprake is van een onrechtmatige daad en immateriële schade;
- de vordering over de locatie van het uitstrooien van de as;
- de andere vorderingen tot afgifte van informatie;
- de vordering over afgifte van eigendommen;
- de proceskosten;
- de voorlopige voorzieningen.
degenen die door een testament in hun verwachtingen zijn teleurgesteld bijna altijd zouden menen dat de bevoordeelden een onoorbare invloed hebben uitgeoefend om de erflater tot het maken van zijn uiterste wil te bewegen.’ [5] Met andere woorden, de wetgever was bang dat te veel mensen zouden vinden dat degene die een testament heeft opgesteld daarbij te veel heeft geluisterd naar de uiteindelijke erfgenaam. Daarmee is de mogelijkheid om een testament te vernietigen door de wetgever doelbewust beperkt, juist in situaties waarin sprake zou kunnen zijn geweest van een (onbehoorlijke) invloed door een ander. Het is in beginsel de taak van de notaris om zoveel mogelijk te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van feitelijk overwicht. [6]
De nummering van uw vragen houdt ik aan. Mitsdien is mijn antwoord daarop als volgt:
.Dat [gedaagden] c.s. strafbaar heeft gehandeld, is niet komen vast te staan.