Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.de rechtspersoon naar buitenlands recht ALLIANZ BENELUX N.V.,te Brussel, België,2. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERINGMAATSCHAPPIJ N.V.,te Den Haag,
1.IM GROUP B.V.,2. IMG II B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 februari 2025, met productie 1 tot en met 13;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 en 2;
- de bij brief van 17 oktober 2025 namens verzekeraars ingezonden productie 14.
Alle scooters en accu’s werden in september 2019 (3 stuks) en in januari 2020 (2 stuks) door Domino’s aangekocht (…)
2 INLEIDING
alle busseneen diameter hebben die groter is dan 3,95 mm. De paspen schoof zonder enige kracht uit te oefenen in de bussen.
4.RELATIE TUSSEN TEKORTKOMINGEN EN BRAND
5.Samenvatting
€ 318.936,97.
(2) € 6.050,- op 11 maart 2021.
3.Het geschil
- IM Group en/of IMG II (hoofdelijk) veroordeelt tot betaling van € 158.218,48 aan Allianz, vermeerderd met wettelijke rente over € 155.193,48 vanaf 8 maart 2021 en over € 3.025,- vanaf 11 maart 2021 tot aan de dag van volledige betaling.
- IM Group en/of IMG II (hoofdelijk) veroordeelt tot betaling van € 158.218,48 aan Nationale Nederlanden, vermeerderd met wettelijke rente over € 155.193,48 vanaf 8 maart 2021 en over € 3.025,- vanaf 11 maart 2021 tot aan de dag van volledige betaling.
- IM Group en/of IMG II (hoofdelijk) veroordeelt in de proceskosten (inclusief nakosten), vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na de vonnisdatum.
4.De beoordeling
de factogeen enkele beperkende werking uit omdat voor het bestaan van een regresvordering de enkele aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad reeds voldoende zou zijn. De bepaling van artikel 2 van de BBr 2014 dient in dat geval geen enkel doel [1] . De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat aan IM c.s. toe te rekenen verwijtbaar handelen (in de zin van onzorgvuldig handelen of nalaten) een noodzakelijke voorwaarde is voor toewijzing van de vordering van verzekeraars. Het betoog van de verzekeraars tijdens de mondelinge behandeling – na vragen van de rechtbank daarover – dat artikel 2 van de BBr 2014 geen beperkingen bevat, faalt om die reden.
met ‘onzorgvuldigheid’ het juridisch criterium ‘schuld’ van artikel 6:162 BW wordt bedoeld, oftewel er moet sprake zijn van verwijtbaar handelen of nalaten en/of toerekening van een oorzaak” ook worden bezien.
5.De beslissing
14 januari 2026.