ECLI:NL:RBDHA:2026:612
Rechtbank Den Haag
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank bij herzieningsverzoek uitspraak voorzieningenrechter op grond van artikel 8:81 Awb
Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 november 2025. Zij stelde dat het college een onmiddellijke verhuizing had aangekondigd ondanks de lopende procedure, waardoor zij en haar kinderen zonder rechterlijke bescherming naar onveilige crisisnoodopvang zouden worden gedwongen.
De rechtbank overwoog dat herziening van uitspraken van de voorzieningenrechter alleen mogelijk is indien deze zijn gedaan op grond van artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze zaak was de uitspraak echter gedaan op grond van artikel 8:81 Awb Pro, met toepassing van artikel 8:83, eerste lid, Awb. Hierdoor is de rechtbank kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot herziening.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen en wees het verzoek af. De uitspraak werd gedaan door rechter R. Tesfai en griffier D.G. van den Berg op 14 januari 2026 en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het herzieningsverzoek en wijst het verzoek af.