ECLI:NL:RBDHA:2026:610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen herhaalde plaatsing in HTL en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, van Iraanse nationaliteit, werd op 23 november 2025 opnieuw geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) door het COa, nadat hij eerder op 25 oktober 2025 al in de HTL was geplaatst en deze op 9 november 2025 vrijwillig had verlaten. Tevens legde de minister een vrijheidsbeperkende maatregel op, waartegen eiser eveneens beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het COa bevoegd was tot terugplaatsing in de HTL en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn gedrag structureel is verbeterd, zodat terugplaatsing niet nodig zou zijn. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin het incident met grote impact werd bevestigd, ondanks een sepotbeslissing van het Openbaar Ministerie.
Eiser voerde ook psychische klachten aan en overhandigde een medisch dossier. De rechtbank stelt vast dat het COa zorgvuldig heeft gehandeld en zich mocht baseren op een eerder GZA-akkoord. Het lopende onderzoek naar verdere psychische zorg bij ATT Veldzicht leidt niet tot een ander oordeel.
Omdat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond is, wordt ook het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de herhaalde plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.