ECLI:NL:RBDHA:2026:6000
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- L.M. Nieuwenhuijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van Poolse burger wegens ontbreken reëel risico bij terugkeer
Eiser, een Poolse staatsburger, diende een asielaanvraag in Nederland in met het argument dat hij bij terugkeer naar Polen gevaar loopt vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij een criminele drugsorganisatie. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en protocol nr. 24 van het VWEU, aangezien Polen als veilig land wordt beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade of schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Zijn verklaringen over aanvallen bij uitvaarten waren inconsistent en er was geen bewijs dat hij bescherming van Poolse autoriteiten had gezocht of dat die bescherming zinloos zou zijn.
Ook werd geoordeeld dat eiser niet aannemelijk maakte dat hij strafrechtelijk vervolgd zal worden voor alimentatieachterstand, noch dat hij in detentie ernstige risico’s loopt. De late asielaanvraag en eerdere verklaringen waarin eiser stelde nergens voor te vrezen, ondermijnden zijn vrees.
De rechtbank wees het beroep af en handhaafde het besluit tot niet-ontvankelijkheid. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.