ECLI:NL:RBDHA:2026:5990
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring en terugkeerbesluit vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 8 maart 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 17 maart 2026.
Eiser voerde aan dat het aanvullend terugkeerbesluit van 20 juni 2022 niet voldeed aan de vereisten, maar de rechtbank oordeelde dat dit besluit onherroepelijk is en dat de bewaringsrechter zich niet mag uitlaten over de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit. De rechtbank stelde vast dat aan de vereisten voor een terugkeerbesluit is voldaan.
Verder stelde eiser dat de wettelijke grondslag van de maatregel onvoldoende juridisch kader bood en dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar risico’s op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Algerije. De rechtbank verwierp deze gronden, oordeelde dat de minister voldoende gemotiveerd had en dat eiser geen relevante feiten had aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is toegepast en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.