Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl. Het dictum is telefonisch
Rechtbank Den Haag
Verzoeker maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen overdracht aan Kroatië en verzocht om een voorlopige voorziening om deze overdracht tijdens de bezwaarprocedure te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de mededeling over de overdracht een feitelijke handeling is die gelijkgesteld wordt met een beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.
Verzoeker stelde dat de overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege het ontbreken van toegang tot rechtsbijstand en bescherming in Kroatië, onderbouwd met diverse rapporten en artikelen. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker geen beroep had ingesteld tegen het overdrachtsbesluit dat de bevoegdheid tot overdracht regelt, waardoor dit besluit in rechte vaststaat.
Omdat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die afwijken van het overdrachtsbesluit, kon het bezwaar tegen de feitelijke overdracht geen redelijke kans van slagen hebben. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat geen sprake was van uitzonderlijke omstandigheden zoals in het arrest Bahaddar.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de voorgenomen overdracht aan Kroatië wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten en omstandigheden.