Eiseres, een Congolese studente die in Cuba studeerde, diende op 30 december 2023 een asielaanvraag in in Nederland. Zij vreesde vervolging door de Congolese autoriteiten vanwege haar deelname aan demonstraties en haar vermelding op een lijst van studenten die bij terugkeer zouden worden gevangengenomen.
De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij daadwerkelijk op een dergelijke lijst stond en dat zij een reëel risico liep bij terugkeer. De overgelegde documenten waren kopieën zonder bronvermelding en de verklaringen strookten niet met openbare informatie. Ook werd het standpunt ingenomen dat eiseres zich waarschijnlijk te kwader trouw van haar paspoort had ontdaan.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de vrees voor vervolging ongeloofwaardig vond en dat de afwijzing als kennelijk ongegrond gerechtvaardigd was. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.