ECLI:NL:RBDHA:2026:5856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Congolese nationaliteit wegens gebrek aan geloofwaardigheid en kennelijke kwade trouw
Eiser, een Congolese nationaliteit, diende op 30 december 2023 een asielaanvraag in met het argument dat hij vervolgd zou worden vanwege deelname aan een protest in Cuba in 2019 en politieke activiteiten voor de oppositiepartij MCDDI tot 2016. Daarnaast stelde hij op een lijst te staan van studenten die moesten terugkeren en problemen te hebben met de Ninja-groep.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat eiser zijn studie zonder problemen kon afronden, de overgelegde documenten niet authentiek waren en er tegenstrijdigheden waren in zijn verklaringen. Ook werd vermoed dat eiser te kwader trouw zijn paspoort had vernietigd of zich daarvan had ontdaan.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de vrees voor vervolging niet aannam, mede omdat de documenten niet objectief waren en de verklaringen van eiser niet overeenkwamen met openbare bronnen. De stelling dat eiser op een lijst stond werd niet onderbouwd met objectief bewijs. De afwijzing als kennelijk ongegrond was gegrond op artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor hij geen recht heeft op asiel en geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 17 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.