Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5817

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698701 / FA RK 26-951
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene met multiproblematiek en LVB-problematiek

De rechtbank Den Haag heeft op 16 februari 2026 een aansluitende zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1994, die momenteel verblijft in een Wvggz-instelling. Betrokkene kampt met multiproblematiek, waaronder schizofrenie, een autismespectrumstoornis, impulscontroleproblemen en zwakbegaafdheid. Hoewel de psychische stoornissen onder controle zijn door depotmedicatie, staat de licht verstandelijke beperking (LVB) problematiek nu op de voorgrond.

De rechtbank overweegt dat betrokkene niet zelfstandig kan wonen en ook niet terug kan naar huis vanwege eerdere incidenten, waaronder mishandeling van zijn moeder. Betrokkene staat bovenaan de wachtlijst voor een Wzd-accommodatie, maar de wachttijd bedraagt naar verwachting tien tot twaalf jaar. De huidige Wvggz-instelling biedt de noodzakelijke zorg en structuur, waardoor escalaties worden voorkomen.

De rechtbank baseert haar beslissing mede op een arrest van de Hoge Raad van 7 juli 2023, waarin is vastgesteld dat een overbruggingsmachtiging onder de Wvggz kan worden verleend indien dit bijdraagt aan een soepele overgang naar een Wzd-instelling. Gezien de lange wachttijd acht de rechtbank een machtiging voor twaalf maanden passend, met het oog op continuïteit van zorg en het voorkomen van ontregeling bij betrokkene.

De verplichte zorg omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperkingen en opname in een accommodatie. De rechtbank concludeert dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de zorg evenredig en effectief is. De beschikking is uitgesproken door rechter C. Witteman en geldt tot 16 februari 2027.

Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden om continuïteit van zorg te waarborgen bij betrokkene met multiproblematiek en LVB-problematiek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/698701 / FA RK 26-951
Datum beschikking: 16 februari 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling],
advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 februari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 27 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 22 januari 2026;
- een zorgplan van 22 januari 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 30 januari 2026;
- een brief van de officier van justitie van 9 januari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vader van betrokkene;
- de sociaal psychiatrisch verpleegkundige, [naam 2];
- persoonlijk begeleider, [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door de sociaal psychiatrisch verpleegkundige is ter zitting verklaard dat voor betrokkene een Wzd-accommodatie meer geschikt is, omdat binnen de multi-problematiek van betrokkene de LVB-problematiek momenteel op de voorgrond staat. Betrokkene staat bovenaan de wachtlijst voor een dergelijke woning, maar het zal alsnog tien tot twaalf jaar duren voordat hij een woning daadwerkelijk krijgt aangewezen. Betrokkene kan in afwachting van deze woning niet terug naar huis. Dat is eerder geprobeerd, maar binnen een week ging het mis en heeft betrokkene zijn moeder mishandeld. In de huidige accommodatie, die zorg onder de Wvggz verleent, gaat het goed met betrokkene. Hij krijgt hier onder meer depotmedicatie. Daarnaast is hij gebaat bij structuur en duidelijkheid. Zodra er spanning ontstaat, weten de medewerkers van de accommodatie hoe te handelen om escalatie te voorkomen. Het is een enkele keer nodig geweest om betrokkene te fixeren, maar dat is alweer lang geleden. De accommodatie huisvest mensen met multi-problematiek, waardoor aandoeningen die onder de Wzd vallen de behandelaren niet onbekend zijn. Omdat de wachtlijst voor een woning als voormeld lang is, betrokkene nu goede zorg krijgt, en hij niet naar huis kan, is de verlening van de zorgmachtiging voor 24 maanden aangevraagd.
Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat het goed gaat met hem. De advocaat heeft namens betrokkene verzocht om toewijzing van het verzoek. Het belangrijkste is dat hij in deze woonvoorziening kan verblijven.
De vader van betrokkene heeft ter zitting verklaard dat het inderdaad goed gaat met betrokkene. Buiten een accommodatie lukt dat niet. Dat is ook de reden dat hij voor langere tijd is opgenomen. Betrokkene voelt zich thuis op de huidige afdeling en de vader is erg tevreden over de zorg die betrokkene hier krijgt.

Beoordeling

Op 6 maart 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 6 maart 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene is opgenomen wegens de psychische stoornis(sen) die toen op de voorgrond stonden. Daarbij gaat het om schizofrenie, met daarbij de werkhypothese van een autismespectrumstoornis en problemen in de impulscontrole. Verder is bij betrokkene zwakbegaafdheid vastgesteld.
Betrokkene wordt behandeld voor de voornoemde stoornissen, waardoor die onder controle zijn. De behandeling houdt in dat betrokkene depotmedicatie krijgt, en dat medewerkers, die hem inmiddels goed kennen, weten hoe zij met hem om moeten gaan. De medewerkers kunnen regelmatig escalatie in het gedrag van betrokkene voorkomen doordat zij aan hem merken dat er iets in hem ontregelt. Nu de psychische stoornissen, die vallen onder de Wvggz, onder controle zijn, komt de LVB-problematiek bij betrokkene naar voren. Die is zodanig ernstig dat betrokkene niet zelfstandig kan wonen. Zoals aangegeven door de sociaal psychiatrisch verpleegkundige kan betrokkene ook niet naar zijn ouders. Betrokkene zou het beste thuis zijn in een onderkomen waar zorg onder de Wzd wordt verleend.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 7 juli 2023 [1] het volgende overwogen:
“3.5 Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat bij de keuze van het type machtiging de patiënt of cliënt en zijn of haar zorgbehoefte centraal staan. Het stond de wetgever voorts voor ogen dat de overplaatsing naar een plek die het beste aansluit bij de zorgbehoefte van de betrokkene soepel zou verlopen, ook als dit een plaatsing onder een ander regime betreft.
3.6
Tegen deze achtergrond moet worden aangenomen dat het belang van continuïteit van zorg in een vertrouwde omgeving kan meebrengen dat voor een betrokkene in een geval als het onderhavige – bij wie sprake is van een verschuiving van voorliggende Wvggz-problematiek naar voorliggende Wzd-problematiek – een machtiging wordt verleend onder het regime van zijn vertrouwde omgeving, dus de instelling waar hij verblijft, indien het verlenen van die machtiging bijdraagt aan een soepele overplaatsing van de betrokkene naar (een instelling met) het andere regime. Dit is echter slechts toelaatbaar indien de machtiging wordt verleend met het oog op een reeds voorziene overgang van betrokkene naar een instelling met het andere regime en voor een daarop toegesneden beperkte duur (een overbruggingsmachtiging).”
In dat geval overwoog de HR voorts:
“3.7 In het onderhavige geval verbleef betrokkene ten tijde van de beslissing van de rechtbank in een Wvggz-instelling waar zij noodzakelijke zorg ontving en stond betrokkene bovenaan de wachtlijst bij de Wzd-instelling van haar voorkeur. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat de zorgmachtiging op grond van de Wvggz is aangevraagd ter overbrugging van de periode tot de verhuizing naar deze Wzd-instelling, en om te voorkomen dat betrokkene tijdens die overbruggingsperiode nog zou moeten verhuizen naar een andere Wzd-instelling, hetgeen betrokkene nadeel zou berokkenen. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend omdat het in het belang van betrokkene is dat de huidige zorg gecontinueerd wordt. Aldus heeft de rechtbank tot uitdrukking gebracht dat, mede gelet op de continuïteit van de noodzakelijke zorg in een vertrouwde omgeving, de actuele zorgbehoefte van betrokkene ten tijde van de beslissing met zich brengt dat de zorgmachtiging dient te worden verleend. Dit oordeel geeft, gelet op hetgeen hiervoor in 3.6 is overwogen, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.”
De rechtbank had in dat geval een zorgmachtiging van zes maanden verleend.
In onderhavig geval is ook sprake van een overbruggingsmachtiging. Hoewel de Hoge Raad aangeeft dat zodanige machtiging slechts voor een korte duur is toegestaan, kan de rechtbank haar ogen niet sluiten voor de praktijk, waarin wachtlijsten voor een accommodatie onder de Wzd vele malen langer dan zes maanden zijn. Toepassing van het criterium van de Hoge Raad zou in dit geval een afwijzing van het verzoek om een zorgmachtiging kunnen betekenen, waarna de verwachting is dat betrokkene zal stoppen met zijn medicatie. Zonder medicatie zal betrokkene ontregelen. De Wvggz-problematiek kan daardoor op de voorgrond komen te liggen, waarmee betrokkene weer een zorgmachtiging nodig heeft. Bij deze gang van zaken is betrokkene niet gebaat. Betrokkene is gebaat bij een stabiele situatie, waarin hij wordt begeleid en geholpen en binnen zijn mogelijkheden goed kan functioneren. Nu een zorgmachtiging en een verblijf in een Wvggz-instelling de enige optie voor betrokkene is, zal de rechtbank het verzoek toetsen aan de vereisten in de Wvggz en er aan voorbij gaan dat de lvb-problematiek voorliggend is.
Binnen de multi-problematiek van betrokkene is naast de LVB-problematiek sprake van schizofrenie, met daarbij de werkhypothese van een autismespectrumstoornis en problemen in de impulscontrole. Momenteel is de psychische stoornis niet voorliggend, omdat betrokkene depotmedicatie krijgt. Zonder (depot)medicatie zal deze stoornis leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige psychische schade;
-ernstige materiële schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang;
-bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
-de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene verblijft sinds 2021 in het [zorginstelling]. Hij was daarvóór bekend met onvoorspelbaar en agressief gedrag richting familie en zorgverleners. Hij heeft toezicht en begeleiding nodig om niet in gevaar te raken en goed te kunnen functioneren. Hij is niet tot zeer mimimaal in staat om zijn gedachtes en gedrag te organiseren, waardoor hij direct zou disfunctioneren buiten de accommodatie. Buiten de accommodatie is de verwachting dat een directe verslechtering van zijn psychisch functioneren zal plaatsvinden, net als zelfverwaarlozing, acute maatschappelijke teloorgang en het in gevaar komen door onder invloed te raken van een ander.
Betrokkene heeft ook tijdens de opname verbale en fysieke agressie getoond. Hij kan ontregelen als zijn vaste structuur en patronen doorbroken worden, waarbij hij vastloopt in zijn gedachtes en gedrag. Er hebben meerdere incidenten plaatsgevonden, waarbij apparatuur werd vernield of beschadigd. Soms was de agressie zodanig dat (pols)fixatie nodig is geweest. Daarnaast heeft hij een verstoord dag- en nachtritme, waarbij hij soms in de nacht wakker is en heen en weer op de gangen van de afdeling loopt. Betrokkene wordt door de continue begeleiding en toezicht geholpen en heeft deze strakke structuur en voorspelbaarheid ook blijvend nodig.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Zoals vermeld zal betrokkene zeer waarschijnlijk stoppen met de medicatie als er geen gedwongen zorgkader is. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De hiervoor omschreven - permanent aanwezige - zorgbehoefte van betrokkene en het belang van continuïteit van zorg in een vertrouwde omgeving, maakt dat de rechtbank de gevraagde zorgmachtiging afgeeft. Het gegeven dat in de praktijk mensen als betrokkene gedurende een decennium of langer moeten wachten op een plek in een (juridisch) passende accommodatie, kan menselijkerwijs niet leiden tot een andere beslissing. De rechtbank neemt in zijn overweging verder mee dat betrokkene in de huidige accommodatie goed en naar ieders tevredenheid wordt verzorgd, dat de accommodatie expertise heeft in het omgaan met multi-problematiek, en dat betrokkene niet naar huis kan. De rechtbank past wel de duur aan en verleent de zorgmachtiging voor twaalf maanden. De rechtbank vindt het van belang dat vinger aan de pols wordt gehouden over de situatie van betrokkene en het verloop van de wachtlijst.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Concluderend kan gesteld worden dat voldaan zou zijn aan de eisen voor een zorgmachtiging als de psychische stoornis voorliggend was geweest.
De rechtbank is zich er van bewust dat het systeem niet is bedoeld voor een situatie als de onderhavige. Een persoon met voorliggende lvb-problematiek hoort thuis in een instelling waar hij zorg onder de Wzd kan krijgen. Door in een Wvggz-instelling te verblijven, houdt betrokkene daar ook weer een plek vast die voor iemand met een voorliggende psychische stoornis zou kunnen worden gebruikt. We hebben echter te maken met de praktijk, die zich niet altijd in juridische kaders laat vangen. Betrokkene kan door zijn problematiek niet alleen wonen. Hij kan ook niet naar zijn ouders. En hij kan vanwege de wachtlijsten niet naar een Wzd-instelling. De enige mogelijkheid is een langer verblijf in de huidige instelling, passend of niet.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 februari 2027
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 26 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.