Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5799

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/09/674486 / FA RK 24-7565
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:28 BWArt. 1:28a BWArt. 26 Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechtenArt. 1 lid 2 Protocol 12 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging geslachtsvermelding in geboorteakte naar 'X' voor non-binaire persoon

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een non-binaire persoon om de geslachtsvermelding in de geboorteakte te wijzigen naar 'X'. Eerder was de voornaamswijziging al toegestaan, maar de beslissing over de geslachtsvermelding werd aangehouden vanwege prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

De Hoge Raad zag af van beantwoording van deze vragen, waardoor de rechtbank de procedure hervatte. De verzoeker identificeert zich niet als man of vrouw en wenst dat officiële documenten dit weerspiegelen. De rechtbank erkent dat de huidige wet geen expliciete mogelijkheid biedt voor een genderneutrale registratie.

Toch oordeelt de rechtbank dat het individuele belang van de verzoeker zwaarder weegt dan het algemene belang van strikte wettelijke handhaving. De rechtbank past artikel 1:28 BW Pro analoog toe en gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om de geslachtsvermelding in de geboorteakte te wijzigen naar 'X'. Dit voorkomt ongeoorloofd onderscheid op grond van geslacht en bevordert de rechtspositie van non-binaire personen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de geslachtsvermelding in de geboorteakte naar 'X' voor de non-binaire verzoeker.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7565
Zaaknummer: C/09/674486
Datum beschikking: 16 februari 2026

Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte

Beschikking op het op 9 oktober 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[partij A],

de verzoekende partij, op verzoek hierna te noemen: “[partij A]”,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. K.M. Smienk, (nu gevestigd) te De Meern.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Waddinxveen,

zetelend te Waddinxveen,
de ambtenaar.

Procedure

Bij beschikking van 1 oktober 2025 heeft de rechtbank de voornaamswijziging van [partij A] gelast en iedere verdere beslissing ten aanzien van het verzoek tot wijziging van het geslacht in de geboorteakte in ‘X’ aangehouden tot 1 maart 2026.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
De rechtbank heeft de procedure in haar eerder beschikking van 1 oktober 2025 aangehouden in verband met de prejudiciële vragen die de rechtbank Noord-Nederland bij beschikking van 13 juni 2025 heeft gesteld aan de Hoge Raad [1] . De Hoge Raad heeft inmiddels besloten af te zien van de beantwoording van die prejudiciële vragen. [2] Daarom ziet de rechtbank niet langer aanleiding om de beslissing in deze procedure aan te houden.
Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte
Ter onderbouwing van het verzoek wordt aangevoerd dat [partij A] een non-binaire beleving van diens gender heeft. [partij A] heeft hier in een brief een nadere toelichting op gegeven. [partij A] heeft de overtuiging noch tot het mannelijke noch tot het vrouwelijke geslacht te behoren en identificeert zich dan ook niet specifiek als man of vrouw. Het is belangrijk voor [partij A] dat de geboorteakte, het identiteitsbewijs en officiële documenten aansluiten bij de innerlijke genderbeleving. Toewijzing van het verzoek zal bij [partij A] voor opluchting en rust zorgen en ook betekenen dat zij meer zichzelf te kan zijn.
De rechtbank overweegt dat de wet op dit moment geen mogelijkheid biedt om het onderhavige verzoek toe te wijzen, aangezien er geen wettelijke bepaling bestaat die het voor non-binaire personen mogelijk maakt zich als genderneutraal te registreren.
Zoals in de uitspraak van deze rechtbank van 16 december 2025 [3] is toegelicht levert het ontbreken van deze mogelijkheid een ongeoorloofd onderscheid op tussen transgender en genderneutrale personen en aldus een onderscheid naar geslacht zoals bedoeld in artikel 26 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 1 lid 2 van Pro het Protocol nummer 12 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank is van oordeel dat het individuele belang van [partij A] bij de mogelijkheid tot verbetering van de geboorteakte onder deze omstandigheden zwaarder weegt dan het algemene belang van strikte handhaving van de huidige wettelijke regeling.
De rechtbank zal artikel 1:28 BW Pro daarom analoog toepassen op het verzoek van [partij A].
Deskundigenverklaring
De rechtbank is van oordeel dat [partij A] voldoende heeft aangetoond dat die de overtuiging heeft een non-binaire persoon te zijn. In de door [partij A] overgelegde verklaring van 24 september 2024 van [naam], psycholoog bij [instantie] en deskundige in de zin van artikel 1:28a BW, leest de rechtbank bovendien dat bij [partij A] sprake is van een weloverwogen keuze om de vermelding van het geslacht in de geboorteakte te laten wijzigen.
De rechtbank zal de ambtenaar dan ook gelasten om aan de geboorteakte van [partij A] een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: “X”.

Beslissing

De rechtbank:
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Waddinxveen om aan de geboorteakte, ingeschreven in de registers van geboorten van de gemeente Waddinxveen van het jaar 1973, met nummer [nummer], opgemaakt op [datum] 1973, een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, bijgestaan door D. van den Born als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2026.

Voetnoten

1.Rechtbank Noord-Nederland 22 augustus 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3494.
2.Hoge Raad 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1959
3.Rechtbank Den Haag 16 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24053.