ECLI:NL:RBDHA:2026:5765

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
24/6775
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 WlzArt. 3.2.2 WlzArt. 3.2.4 Wlz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen herziening indicatie Wet langdurige zorg met zorgprofiel ZGvis02

Eiseres, met diverse medische aandoeningen waaronder niet aangeboren hersenletsel en epileptische aanvallen, kreeg een indicatie voor langdurige zorg onder het zorgprofiel ZGvis02. Na een eerdere procedure waarbij de Centrale Raad van Beroep het CIZ terugwees wegens onvoldoende onderzoek, heeft het CIZ een nieuw onderzoek uitgevoerd, inclusief een medisch advies na beeldbellen met eiseres.

De rechtbank beoordeelde of het bestreden besluit van het CIZ, waarin de indicatie werd gehandhaafd, in overeenstemming is met de wet. Eiseres voerde aan dat zij niet lichamelijk was onderzocht en dat belangrijke medische informatie niet was meegenomen. De rechtbank stelde vast dat het dossier uitgebreid was en dat het medisch advies gebaseerd was op een gedegen dossieronderzoek en een gesprek via beeldbellen.

De rechtbank concludeerde dat het CIZ voldoende had aangetoond dat 24-uurs zorg niet langer noodzakelijk is, maar dat het zorgprofiel passend is vastgesteld. Er was geen reden om het medisch advies als onzorgvuldig of onjuist te beschouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit tot herziening van de Wlz-indicatie is ongegrond verklaard en de indicatie blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/6775

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2026 in de zaak tussen

[eisers sub 1] en [eisers sub 2], uit [woonplaats] ([land]), eisers

en

het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), verweerder

(gemachtigde: mr. L.M.R. Kater).

Inleiding

1. Met het besluit van 23 januari 2024 (het primaire besluit) heeft [eisers sub 1], hierna eiseres, toegang gekregen tot de Wet langdurige zorg (Wlz) met zorgprofiel ZGvis02. Met het besluit van 9 juli 2024 (de beslissing op bezwaar en hierna: het bestreden besluit) is het CIZ bij het primaire besluit gebleven.
1.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres via een videoverbinding en de gemachtigde van het CIZ.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Eiseres is bekend met onder meer migraine, astma en restverschijnselen na een herseninfarct, waaronder een virusstoornis en sensibiliteitsstoornissen aan de linkerkant van het lichaam. Naast niet aangeboren hersenletsel (NAH) heeft zij last van epileptische aanvallen waarbij de rechterkant van haar lichaam niet functioneert. Eiseres woont in [land] en had, toen het beroep werd ingediend, twee zorgverleners, waaronder haar huisgenoot [eisers sub 2]. Nadien is het contact met hen verbroken. Eiseres heeft verschillende hulpmiddelen, waaronder een hulphond, een blinde-geleide-stok, een smartphone met spraakfuncties en een Orcam My Eye, een spraak gestuurd apparaat dat op een bril kan worden bevestigd. Haar zorgverleners ondersteunden eiseres bij het huishouden en de persoonlijke verzorging.
2.1.
Op 14 maart 2012 heeft eiseres een indicatie gekregen voor zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), Zorgzwaartepakket (ZZP) lichamelijk gehandicapt (LG) 04 [1] . Op 20 februari 2018 heeft eiseres een indicatie gekregen voor ZZP LG 03. Eiseres heeft hiertegen bezwaar ingesteld. Haar bezwaar is ongegrond verklaard in het besluit van CIZ van 20 februari 2018. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Zij wilde namelijk LG 04 en heeft verzocht om zorgprofiel Zintuigelijke handicap (ZG). Het beroep is ongegrond verklaard door rechtbank Den Haag. [2] Daarna heeft eiseres hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep (hierna: de CRvB). Het hoger beroep is gegrond verklaard. De CRvB heeft geoordeeld dat het onderzoek van het CIZ naar de actuele geobjectiveerde zorgbehoefte onvoldoende was geweest en dat bovendien de indicatie niet mocht worden beëindigd. Het besluit van het CIZ van 20 februari 2018 is daarom door de CRvB herroepen. [3]
2.2.
Het CIZ heeft daarna alsnog onderzoek gedaan naar de zorgbehoefte van eiseres. De medisch adviseur heeft haar gezien en gesproken door middel van beeldbellen op 11 december 2023. De medisch adviseur heeft op 16 januari 2024 advies opgesteld. Op 23 januari 2024 heeft het CIZ een indicatiebesluit afgegeven. In dat besluit stelt het CIZ dat eiseres niet op 24-uurs zorg in de nabijheid is aangewezen. Eiseres is aangewezen op het best passende zorgprofiel, namelijk zintuiglijk gehandicapt visueel (ZGvis) 02. Haar zorgbehoefte is wel blijvend, maar permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid is niet nodig. [4] Het CIZ heeft dit aan eiseres bekend gemaakt met het primaire besluit, en met het bestreden besluit is het CIZ bij dit besluit gebleven.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of het bestreden besluit in overeenstemming is met de wet. De rechtbank doet dit aan de hand van de argumenten en motivering (de beroepsgronden) van eiseres.
Wat vindt eiseres?
4. Volgens eiseres klopt het bestreden besluit niet. Zij is opnieuw niet lichamelijk onderzocht. Ze heeft een driedubbele bypass gehad in [land]. Het klopt niet dat die operatie is afgezegd. Eiseres heeft stukken opgestuurd van een ziekenhuis in [land].

Toetsingskader

5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Wat oordeelt de rechtbank?
6. Het CIZ is het met eiseres eens dat zij beperkingen heeft en dat er sprake is van een (blijvende) zorgbehoefte. Zij zijn het niet met elkaar eens wat het meest passende zorgprofiel is.
7. Met het bestreden besluit heeft het CIZ de indicatie van eiseres herzien. [5] Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wlz volgt dat de wetgever bij een wijziging van de zorgbehoefte vooral heeft gedacht aan de situatie waarin de zorgbehoefte groter is geworden. Als het CIZ vindt dat de zorgbehoefte minder is geworden, moet dat goed worden uitgelegd, omdat er minder zorg wordt toegekend. [6] Het CIZ moet dus aantonen dat de van tevoren geïndiceerde zorg niet langer nodig is, maar dat minder zorg voldoende is.
7.1.
Het CIZ moet hiervoor een onderzoek doen naar de actuele geobjectiveerde zorgbehoefte, dat wil zeggen de zorgbehoefte van nu, voor wat betreft de aard, inhoud en omvang. Daarna moet CIZ de zorgbehoefte van nu vergelijken met de zorgbehoefte die – op basis van het destijds verrichte onderzoek – als uitgangspunt is genomen bij het indicatiebesluit dat CIZ wil herzien. Daarna moet het CIZ goed moeten uitleggen dat en waarom het vindt dat de zorgbehoefte is veranderd en waarom dit betekent dat het eerdere zorgprofiel niet meer passend is. Ook moet het CIZ uitleggen welk ander zorgprofiel dan het best passend is. Bij het onderzoek moet het CIZ in beginsel een medisch advies van een medisch adviseur betrekken. [7]
8. De rechtbank stelt vast dat er dossieronderzoek heeft plaatsgevonden door een juridisch medewerker. Er zijn geen nieuwe medische gegevens ontvangen van eiseres. Eiseres heeft in bezwaar gezegd dat het CIZ informatie kan opvragen bij dokter [naam 1] en dokter [naam 2] en de neuroloog in [land], maar die informatie zat al in het dossier. Deze informatie was al beoordeeld door de medisch adviseur. De rechtbank is het er mee eens dat het CIZ deze informatie niet opnieuw heeft gevraagd.
8.1.
In het dossier zit medische informatie over periode 2011 tot en met 2023. Het gaat om informatie van het [oogziekenhuis] en [revalidatiecentrum], de neuropsycholoog, het medisch advies van de medisch adviseur van regio Zuidoost-Nederland, de verwijzing van [huisartsenpraktijk], de toelichtende informatie van de ergotherapeut [naam 3], de EEG rapportage van de afdeling neurofysiologie uit regionaal universiteitsziekenhuis te [plaats], EMG-onderzoek door de specialist van de kliniek neurofysiologie, de medische informatie van het regionaal universiteitsziekenhuis te [plaats] vanwege trombose en van de afdeling vaatchirurgie. De medisch adviseur heeft deze informatie bekeken en heeft op 11 december 2023 met eiseres gesproken via beeldbellen. Van dit onderzoek is een rapportage opgesteld.
8.2.
Op basis van dit onderzoek komt de medisch adviseur tot de conclusie dat 24-uurs zorg in de nabijheid niet langer nodig is voor eiseres. Dat betekent dat eiseres eigenlijk niet meer valt onder de Wlz. Maar omdat de indicatie niet beëindigd mag worden, heeft de medisch adviseur het meest passende zorgprofiel voor eiseres bepaald. De grondslag zintuiglijk gehandicapt visueel (eerste grondslag) is vastgesteld, alsmede de grondslag somatiek op basis van de bronchitis en arteriaal vaatlijden, en de grondslag lichamelijk gehandicapt op basis van CVA infarcering occipitale cortex beiderzijds. Er zijn geen cognitieve stoornissen of aandoeningen of problemen met de regievoering vastgesteld door het CIZ.
9. De rechtbank ziet geen reden voor het oordeel dat het medisch advies onzorgvuldig tot stand is gekomen of dat het onvolledig of onjuist is. Het onderzoek komt overeen met de voorwaarden, die zijn opgenoemd onder punt 7 van deze uitspraak. Ook zijn er geen andere redenen om te oordelen dat het bestreden besluit in strijd is met de wet. Dat eiseres inmiddels niet meer wordt geholpen door haar vroegere huisgenoot en een verpleegster maakt het niet anders, omdat het CIZ dat niet kan verhelpen.
10. Het beroep slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van
mr.E.P.A. Stok, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet langdurige zorg
Artikel 3.2.1.
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
i. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
ii. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a.
blijvend:van niet voorbijgaande aard;
b.
permanent toezicht:onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c.
ernstig nadeel voor de verzekerde:een situatie waarin de verzekerde:
i. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
ii. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
iii. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
iv. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d.
zelfzorg:de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e.
regieproblemen:beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
3. In afwijking van het eerste lid heeft een meerderjarige verzekerde recht op zorg voor zover hij vanwege een combinatie van een licht verstandelijke handicap en gedragsproblemen:
a. tijdelijk behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, of
b. volgens zijn behandelaar is aangewezen op het afmaken van een onder de Jeugdwet aangevangen behandeling met verblijf.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen een verzekerde, in afwijking van het eerste lid, geen recht heeft op vormen van zorg voor zover hij krachtens een zorgverzekering of een andere wettelijke regeling recht heeft of kan doen gelden op die zorg.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met derde lid.
6. In afwijking van het eerste lid heeft een jeugdige als bedoeld in de eerste twee onderdelen van het begrip jeugdige van artikel 1.1 van de Jeugdwet geen recht op zorg indien hij vanwege een psychische stoornis een blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in het eerste lid, onder a en b.
Artikel 3.2.2
Een verzekerde met een psychische stoornis wiens recht op verblijf en de daarbij behorende medisch noodzakelijke geneeskundige zorg op grond van zijn zorgverzekering beëindigd is omdat de krachtens zijn zorgverzekering geldende maximumduur voor die zorg is bereikt, heeft aansluitend recht op voortzetting van deze zorg gedurende een onafgebroken periode van maximaal drie jaar.
Na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, kan de zorg telkens voor een onafgebroken periode van maximaal drie jaar verder worden voortgezet.
Een onderbreking van ten hoogste negentig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd.
Een verzekerde heeft slechts recht op zorg als bedoeld in het eerste en tweede lid voor zover hij daar naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op is aangewezen.
Artikel 3.2.4
Het CIZ kan een indicatiebesluit herzien dan wel intrekken indien het CIZ vaststelt dat:
a. door de verzekerde of derden onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, of
b. de verzekerde niet langer op de geïndiceerde zorg is aangewezen.

Voetnoten

1.Dit houdt in: wonen met begeleiding, en het is mogelijk om middels een persoonsgebonden budget (Pgb) zelf zorg in te kopen.
2.Zie de uitspraak van rechtbank Den Haag van 28 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:462.
3.Zie de uitspraak van de CRvB van 30 mei 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1075.
4.Dit houdt in: wonen met begeleiding en enige verzorging.
5.Dit volgt uit artikel 3.2.4 van de Wlz.
6.Zie Kamerstuk 33 891, nr. 3, 2013-2014, p. 152-153.
7.Zie de uitspraak van de CRvB van 19 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2239.