ECLI:NL:RBDHA:2026:5752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering vrees vervolging Turkije
Eiser, een Turkse Koerd, diende op 21 juli 2023 een asielaanvraag in. Na het niet tijdig beslissen stelde eiser de minister in gebreke en startte een beroep tegen het uitblijven van een besluit. Nadat de minister alsnog op 31 oktober 2025 besloot de aanvraag af te wijzen, stelde eiser beroep in tegen dit besluit. De rechtbank behandelde beide beroepen op 25 februari 2026.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat inmiddels een besluit was genomen, maar kende eiser een proceskostenvergoeding toe wegens de vertraging. De afwijzing van de asielaanvraag werd vernietigd omdat de minister zich niet ondubbelzinnig had uitgelaten over de geloofwaardigheid van de verklaringen over de problemen die eiser in Turkije had ondervonden. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de vrees voor vervolging wegens politieke overtuiging niet gegrond zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiser geloofwaardige verklaringen had over arrestaties, mishandeling en huisbezoeken door Turkse autoriteiten, en dat de minister deze niet adequaat had weerlegd. De rechtbank gaf de minister acht weken om een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van in totaal € 2.335,- aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is gegrond verklaard, waarna het besluit is vernietigd.