ECLI:NL:RBDHA:2026:5736
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, met Turkse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Eiser betwist dit en voert aan dat Kroatië tekortschiet in de opvang en dat hij risico loopt op schending van zijn rechten, onder meer door pushbacks en mishandeling in Kroatië.
De rechtbank stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten hun verdragsverplichtingen nakomen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat Dublinclaimanten in Kroatië niet aannemelijk een reëel risico lopen op pushbacks. Eiser heeft onvoldoende onderbouwing geleverd dat dit voor hem anders is, ook niet met medische stukken of bewijs van trauma.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.