ECLI:NL:RBDHA:2026:5679
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is op 15 december 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 16 maart 2026 zonder zitting. Uit eerdere toetsing op 12 januari 2026 bleek de maatregel tot dat moment rechtmatig. De beoordeling richt zich daarom op de periode vanaf 7 januari 2026.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser naar Algerije. Er is zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede doordat vier keer is gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten en twee vertrekgesprekken zijn gevoerd.
Er zijn geen aanwijzingen dat de maatregel onrechtmatig is voortgezet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.