ECLI:NL:RBDHA:2026:5629

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL26.177
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 18 lid 1b DublinverordeningArt. 20 lid 5 DublinverordeningArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 6:12 tweede lid Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank legt minister beslistermijn en dwangsom op wegens te late beslissing asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 4 augustus 2023. De autoriteiten van Kroatië waren verzocht om eiser terug te nemen, maar de overdracht vond niet tijdig plaats, waardoor Nederland verantwoordelijk werd voor de aanvraag.

De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken heeft beslist. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. De rechtbank legt de minister op binnen acht weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het '8+8 wekenmodel' en rekening houdend met de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister niet binnen de gestelde termijn beslist. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-.

Uitkomst: De rechtbank legt de minister een beslistermijn van acht weken en een dwangsom op wegens te late beslissing op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.177

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 4 augustus 2023.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. Op 13 september 2023 zijn de autoriteiten van Kroatië verzocht om eiser terug te nemen. [2] De autoriteiten van Kroatië zijn hiermee akkoord gegaan op 27 september 2023. [3] Eiser is niet tijdig overgedragen aan de autoriteiten van Kroatië waardoor Nederland op
28 maart 2024 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag.
2.1. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken. [4] Eiser heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. [5] Dat heeft de minister niet gedaan en eiser heeft vervolgens beroep ingesteld. [6]
3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.
Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag. [7] De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. [8]
5. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden [9] is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.
Welke dwangsom legt de rechtbank op?
6. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op. [10]
7. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-. [11]

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en de minister acht weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiser een dwangsom verschuldigd.
9. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. [12]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 18 lid Pro 1b Dublinverordening.
3.Artikel 20 lid 5 Dublinverordening Pro.
4.Artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
5.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb.
6.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
7.Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb.
9.Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
11.Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
12.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.