Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 3 maart 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een nieuwe beslistermijn van zestien weken opgelegd, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.