Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 27 februari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoek van eiser niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een beslistermijn van acht weken passend geacht, omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden. De termijn gaat in de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister niet binnen de gestelde termijn beslist. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht alsnog binnen acht weken een besluit te nemen op de asielaanvraag.