Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 12 september 2023, terwijl de uiterste beslistermijn van 21 maanden inmiddels was verstreken toen eiseres op 1 september 2025 een ingebrekestelling aan de minister stuurde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, ondanks dat het beroep meer dan twee weken na de ingebrekestelling is ingediend. De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van acht weken vast waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en benadrukt het belang van een zorgvuldige en snelle besluitvorming in asielzaken.