Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
[minderjarige] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde verzet in tegen deze uitspraak en vroeg om een voorlopige voorziening om niet te worden overgedragen aan Spanje voordat op het verzet is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van spoedeisend belang vanwege de geplande overdracht op 17 maart 2026. De minister kon niet overtuigend aantonen dat het belang van overdracht zwaarder weegt dan het belang van verzoekster om haar verzet in Nederland af te wachten en gehoord te worden. De voorzieningenrechter nam ook mee dat verzoekster en haar minderjarige kind nog niet op een zitting zijn gehoord.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de overdracht aan Spanje wordt opgeschort totdat de rechtbank uitspraak doet op het verzet. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Spanje wordt opgeschort totdat op het verzet is beslist.