In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 17 september 2023. Eerder had de rechtbank een beslistermijn van zestien weken opgelegd aan de minister, die niet werd nageleefd. De rechtbank verklaart het tweede beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank stelt vast dat de minister binnen vier weken na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel' en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden. Bij overschrijding van deze termijn legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, waarbij een wegingsfactor van 0,25 is toegepast vanwege de beperkte omvang van het vervolgberoep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.