Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 11 maart 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen een redelijke termijn heeft beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op het '8+8 wekenmodel' en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden, legt de rechtbank een kortere beslistermijn op van vier weken, omdat er op 10 maart 2025 en 23 juni 2025 nader gehoor heeft plaatsgevonden. De termijn gaat in de dag na de uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval de minister niet binnen de gestelde termijn beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.