ECLI:NL:RBDHA:2026:5510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.L. Harmsen
- C.A.W. Zijlstra
- S.S. Buisman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Den Haag behandelde een vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €144.000, gebaseerd op een rapport en SkyECC-berichten die een transactie van 96 kilogram cocaïne met een winst van €3.000 per kilogram zouden aantonen.
Tijdens meerdere terechtzittingen heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van het OM en de verdediging. De verdediging voerde aan dat de SkyECC-berichten niet met voldoende zekerheid aantonen dat de veroordeelde mede-eigenaar was van de cocaïne, dat een transactie heeft plaatsgevonden, noch dat de genoemde winstmarge op de veroordeelde van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat de SkyECC-berichten voor meerdere uitleg vatbaar zijn en dat de door de verdediging voorgestane uitleg verdedigbaar is. Hierdoor kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de veroordeelde het genoemde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
Op basis van deze overwegingen wees de rechtbank de vordering tot ontneming af, omdat het bewijs onvoldoende nauwkeurig en overtuigend was om het gevorderde bedrag toe te kennen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €144.000 af wegens onvoldoende bewijs.