Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om zijn verloofde in Nederland te bezoeken. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het doel en de omstandigheden van het verblijf en redelijke twijfel over het voornemen van eiser om tijdig terug te keren naar Koeweit, zijn land van bestendig verblijf.
Eiser stelde dat hij een religieus huwelijk heeft met zijn partner en dat hij werkzaam en traceerbaar is in Koeweit. De rechtbank oordeelde echter dat de overgelegde bewijsstukken, waaronder foto’s en verklaringen, onvoldoende waren om de relatie en het verblijfsdoel aannemelijk te maken. Bovendien waren er tegenstrijdigheden in de verklaringen over het doel en de duur van het verblijf.
De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende sociale en economische binding met Koeweit heeft. De geringe sociale banden en het ondergemiddelde salaris maakten het aannemelijk dat eiser mogelijk niet tijdig zal terugkeren. De rechtbank vond dat de hoorplicht niet is geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende sociale en economische binding en twijfel over het verblijfsdoel.