ECLI:NL:RBDHA:2026:5489
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft meegedeeld dat eiser op 18 februari 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer te hebben met eiser en dat het onbekend is waar hij verblijft.
Uit vaste rechtspraak volgt dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt nog procesbelang kan hebben als er recente contactgegevens zijn, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat hij geen prijs meer stelt op bescherming. Gezien het ontbreken van contact en het niet melden bij het COA na vertrek, concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het besluit niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.