Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
De rechtbank stelde ambtshalve vast dat de vreemdeling rond november 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Volgens vaste jurisprudentie wordt in zo'n situatie aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de aanvankelijk verzochte internationale bescherming in Nederland.
Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming concludeerde de rechtbank dat de vreemdeling geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke behandeling van het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een proceskostenveroordeling af.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.H. Bel en griffier Y. Chakur op 16 maart 2026. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming en geen contact met gemachtigde.