3.3.Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500- 2025029418, onderzoek 30FORTUNA, van de Districtsrecherche Den Haag-Zuid, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 618).
Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde
1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , opgemaakt op 28 januari 2025, voor zover inhoudende (p. 42-44):
Op 28 januari 2025 ben ik om 09:00 uur naar mijn werk gegaan. Ik ben werkzaam als automonteur bij de [bedrijf] te 's-Gravenhage. Ik open de zaak altijd, omdat de baas later komt. Mij baas is [naam 1] .
Omstreeks 10:00 uur was ik bezig met een auto, met mijn rug richting de ingang van de garage. Toen hoorde ik iemand binnen komen. Ik zag dat het een man was die binnen was gekomen. Ik zag dat de man richting het kantoor van mijn baas liep.
Ik zei "hé vriend, hè vriend". Ik hoorde dat hij zijn excuus maakte. Ik hoorde hem zeggen "sorry bro" en ik zag dat hij de garage uitliep.
Diezelfde dag, ongeveer een uur later stond dezelfde man opeens achter me. Ik was in een gebogen positie aan het werk. Ik merkte dat de man achter mij stond doordat ik gereedschap pakte en een schoen zag. Toen ik merkte dat de man achter mij stond, draaide ik mij om. Ik zag dat de man een mat zwart pistool in zijn rechterhand had.
Ik zag en hoorde dat de man het pistool doorlaadde. Daarna zag ik dat de man het pistool op mij richtte. Ik hoorde en zag dat de man kogels afvuurde. Ik denk dat dit ongeveer 3 schoten waren.
Ik tilde mijn benen 1 voor 1 op om de kogels te ontwijken. Tijdens het schieten zag ik dat het pistool van de man vast liep. Op dat moment rende ik richting de uitgang van de garage om te ontkomen aan de man. Ik was bij de uitgang van de garage. Ik ben hier gevallen. Het pistool liep vast terwijl de man meerdere keren de trekker over probeerde te halen. Ik zag dat de man de trekker over haalde. Ik zag dat het pistool was gericht op mijn bovenlichaam.
Ik heb het volgende letsel:
- Rechteronderbeen gebroken;
- Rechterknie gebroken;
- Ik moet geopereerd worden.
Ik heb 1 schotwond met een ingang en uitgang in mijn rechterbeen.
2. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt op 10 september 2025, voor zover inhoudende (p. 481-485):
A: Ik moest de meneer in de benen schieten en ik hoorde achteraf dat ik de verkeerde persoon had geraakt. De avond ervoor moest het eigenlijk gebeuren. Er zou maar 1 persoon werken, avond ervoor ging ik erlangs, ik liep de wijk in en toen terug naar huis gegaan.
V: De avond ervoor, waarom toen niet?
A: Ik wilde het eigenlijk niet doen, ik ben die persoon niet tegengekomen. De dag erna werd er meer druk gezet dat ik het moest doen, toen was het in de ochtend.
V: De opdracht, hoe wist je wie je moest hebben, een foto/bericht?
A: Ik had een wazige foto en een omschrijving. Maar het slachtoffer leek wel op de foto.
Ik liep de garage in en liep hem eerst voorbij. Ik liep weer weg. De tweede keer kwam ik terug en zag ik niemand. Tussen de tweede en derde keer liep ik rondjes. Toen was ik terug en moest ik wel. Toen was het incident.
V: Dus als ik het goed begrijp had je dus wel een externe motivatie, je kon het niet-niet doen?
A: Ja
V: Terug naar het schieten zelf, heb je zelf nog in je hoofd hoe het ging, ik moest op zijn benen schieten hoe ging dat?
A: Ik moest op zijn benen schieten, maar het wapen werkte niet, want hij was niet doorgeladen. Dit was allemaal binnen. Toen buiten lag hij op de grond. Ik had buiten de garage twee keer geschoten. Toen had ik niet het idee dat ik hem geraakt had.
Ik heb (de rechtbank begrijpt: in totaal) 4 of 5 keer afgedrukt.
V: Hoe heb je het dan duidelijker gekregen?
A: Het eerste moment was het de wazige foto. De 1e dag was het een beschrijving van een man met een baard
V: En de 2e dag?
A: Niks veranderd. Turkse man met baard.
3. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 2 maart 2026, voor zover inhoudende:
U, voorzitter, houdt mij voor dat ik bij de politie heb bekend dat ik op het slachtoffer, de heer [slachtoffer] , heb geschoten. Ik blijf bij die verklaring. Het klopt dat ik de persoon ben op de camerabeelden. Zowel op 27 januari 2025 als op 28 januari 2025 heeft de heer [naam 2] mij opgehaald in Almere in zijn Seat en zijn we samen naar Den Haag en terug gereden. [naam 2] was steeds de bestuurder en ik de bijrijder. Hij heeft steeds geparkeerd in de buurt van de [bedrijf] . Op 27 januari 2025 heb ik ’s avonds door de buurt van en langs de garage gelopen. De volgende dag zijn we dus teruggegaan. Ik denk dat ik weet wanneer ik het slachtoffer heb geraakt. Dat was binnen. Daardoor is hij ten val gekomen. Daarna heb ik hem niet meer geraakt. Ook buiten niet meer. Het klopt dat ik buiten nog heb afgedrukt. Ik wist niet zeker of ik hem binnen had geraakt en daarom heb ik buiten nog een keer geschoten. Het klopt dat dit de eerste keer is geweest dat ik een vuurwapen in mijn handen had en op iemand heb geschoten. U, voorzitter, houdt mij voor dat ik eerder heb verklaard dat ik het moest doen. Dat klopt, als een waarschuwing. Ik had van iemand de opdracht gekregen het slachtoffer in zijn benen schieten. U, oudste rechter, houdt mij voor dat ik op het moment van schieten een telefoon in mijn linkerhand had en dus met één hand schoot. Dat klopt. Ik moest het filmen. Ik had het wapen de dag daarvoor gekregen. Ik ben een ongeoefend schutter, want ik had nog nooit eerder met een wapen geschoten.