Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 9 februari 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister moest binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium gold een verlengde beslistermijn van maximaal 21 maanden. Deze termijn werd echter overschreden. Eiser stelde de minister op 5 september 2025 schriftelijk in gebreke en diende op 13 oktober 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van acht weken na verzending van de uitspraak vast, waarbij de minister een dwangsom van € 100 per dag moet betalen bij overschrijding, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De uitspraak is gedaan zonder zitting en benadrukt het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming.