ECLI:NL:RBDHA:2026:5255
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij zijn echtgenote. Eerder had de rechtbank reeds een termijn gesteld waarbinnen de minister moest beslissen, maar deze heeft geen besluit genomen.
De rechtbank bevestigt dat een nieuwe ingebrekestelling niet vereist is omdat de minister zich niet aan de eerder gestelde termijn heeft gehouden. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 200 per dag opgelegd met een maximum van € 15.000 vanwege de overschrijding van deze termijn. De minister wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.