ECLI:NL:RBDHA:2026:5146

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/09/692954 / FA RK 25-7710
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253o BWArt. 1:253g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming verhuizing minderjarige naar Portugal en regeling gezag en omgang

De moeder heeft verzocht om vervangende toestemming om met haar minderjarige kind naar Portugal te verhuizen, nadat eerdere verzoeken waren afgewezen. De rechtbank heeft de gewijzigde omstandigheden, waaronder de verslechterde gezondheid van de moeder door multiple sclerose en de financiële voordelen van de verhuizing, meegewogen.

De rechtbank oordeelt dat het belang van de moeder en het kind bij de verhuizing zwaarder weegt dan het belang van de vader bij het behoud van fysiek contact, mede omdat het contact tussen vader en kind al beperkt is en de moeder de primaire verzorger is. De rechtbank wijst het verzoek van de vader af om het gezamenlijk gezag te herstellen vanwege de slechte communicatie en het risico op conflicten.

Tegelijkertijd stelt de rechtbank een omgangsregeling vast waarbij het kind meerdere keren per jaar naar Nederland reist en videobellen plaatsvindt, en een informatieregeling waarbij de moeder maandelijks belangrijke zaken aan de vader meldt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat de verhuizing kan worden voorbereid.

Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met het kind naar Portugal te verhuizen, het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen en een omgangs- en informatieregeling wordt vastgesteld.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7710
Zaaknummer: C/09/692954
Datum beschikking: 10 februari 2026

Vervangende toestemming verhuizing en gezag

Beschikking op het op 13 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.G.T. Meershoek te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek van 29 december 2025;
  • twee F9-formulieren van 8 januari 2026, met bijlage, van de moeder;
  • het verweerschrift op het zelfstandig verzoek.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich tijdens een gesprek in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 13 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen met hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

- Partijen hebben een relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] .
- Bij beschikking van 8 december 2015 van de rechtbank Den Haag zijn de ouders met het gezamenlijk gezag over [minderjarige] belast, is de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder bepaald en is vastgesteld dat de vader een kinderalimentatie van € 25,- per maand aan de moeder moet betalen.
- Bij beschikking van 6 december 2019 van de rechtbank Den Haag is bepaald dat
voortaan alleen de moeder het ouderlijk gezag zal toekomen over [minderjarige] . Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de moeder voor een eventuele verhuizing met [minderjarige] (naar Portugal) toestemming nodig heeft van de vader of vervangende toestemming van de rechtbank.
  • De vader is van deze beschikking in hoger beroep gekomen. Bij beschikking van 15 juli 2020 is door het gerechtshof Den Haag de beslissing van de rechtbank bekrachtigd.
  • Bij beschikking van 13 juli 2022 van deze rechtbank is een verzoek van de moeder
om vervangende toestemming te krijgen om met [minderjarige] naar Portugal te verhuizen afgewezen. In hoger beroep is deze beslissing bij beschikking van 22 maart 2023 bekrachtigd.
- [minderjarige] heeft via de informele rechtsingang aan de rechtbank gevraagd om de
omgangsregeling met de vader te wijzigen. Deze vraag heeft geresulteerd in de
beschikking van deze rechtbank van 6 december 2023 waarbij de omgangsregeling is
gewijzigd.
- Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2024 is de beschikking
van de rechtbank Den Haag van 6 december 2023 vernietigd en is een andere
omgangsregeling vastgelegd. Deze omgangsregeling houdt in dat [minderjarige] iedere
woensdag uit school tot 17.00 uur bij de vader is, waarbij de vader haar uit school
haalt en na de omgang, naar de moeder brengt, alsmede elke laatste zondag van de
maand van 10.00 uur tot 17.00 uur waarbij de moeder brengt en de vader terugbrengt.
Deze regeling is nog van kracht.
- De vader en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft de
Portugese nationaliteit. Volgens de moeder heeft [minderjarige] tevens de Portugese
nationaliteit.

Verzoek en verweer

De moeder heeft verzocht haar toestemming te geven die de toestemming van de vader vervangt, om met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] na 17 juli 2026, naar Portugal, althans [plaats] in Portugal, te verhuizen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht te bepalen dat de ouders voortaan opnieuw het gezamenlijk gezag zullen uitoefenen over [minderjarige] , uitvoerbaar bij voorraad.
Verder heeft de vader – voor het geval het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming tot verhuizing naar Portugal wordt toegewezen – voorwaardelijk verzocht te bepalen dat:
  • de vader en [minderjarige] iedere week op woensdag- en zaterdagmiddag om 17.00 uur met elkaar zullen videobellen;
  • [minderjarige] iedere schoolvakantie naar Nederland zal afreizen om de volledige schoolvakantie bij de vader door te brengen, waarbij geldt dat de moeder verantwoordelijk is voor (de kosten van) het vervoer heen en terug van [minderjarige] , dan wel een andere door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bel- en omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] vast te stellen;
  • de moeder iedere eerste dag van de maand een e-mailbericht aan de vader moet sturen aangaande belangrijke zaken in het leven van [minderjarige] , waaronder in ieder geval wordt verstaan:
- informatie over de lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand van [minderjarige] ;
- hoe het op school gaat;
- aan welke buitenschoolse activiteiten zij deelneemt en van welke sportvereniging dan wel andere vereniging zij lid is;
- welke belangrijke gebeurtenissen er de komende maand staan te gebeuren;
- welke belangrijke beslissingen er in de komende maand genomen dienen te worden,
dan wel een informatieregeling vast te stellen als de rechtbank juist acht, uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Vervangende toestemming verhuizing naar Portugal
Zoals uit de feiten blijkt heeft de moeder eerder een verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing naar Portugal ingediend, welk verzoek bij beschikking van 13 juli 2022 van deze rechtbank is afgewezen. Het gerechtshof heeft deze beslissing bij beschikking van 22 maart 2023 bekrachtigd. De moeder heeft nu opnieuw een verzoek gedaan om vervangende toestemming te krijgen om met [minderjarige] naar Portugal te mogen verhuizen. Zij stelt dat de omstandigheden sinds 2022/2023 zodanig zijn gewijzigd dat haar nu wel zou moeten worden toegestaan om met [minderjarige] naar Portugal te verhuizen.
De vader stelt zich op het standpunt dat verhuizing naar Portugal niet in het belang van [minderjarige] is en wil daarom dat het verzoek van de moeder wordt afgewezen. De vader stelt dat er geen sprake is van dusdanig gewijzigde omstandigheden, dat het verzoek nu wel zou moeten worden toegewezen.
Bij de beoordeling van vervangende toestemming voor een verhuizing dient de rechtbank een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Volgens vaste rechtspraak in procedures over verhuizing in situaties waarin ouders gezamenlijk gezag hebben, betekent dat niet dat het belang van het kind altijd zwaarder weegt dan andere belangen. De rechtbank betrekt in die beslissing alle omstandigheden van het geval en weegt alle betrokken belangen af. De omstandigheden die daarbij een rol kunnen spelen volgen uit de uitspraak van de Hoge Raad van 25 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5901). De rechtbank acht deze omstandigheden ook relevant voor de beoordeling van de vervangende toestemming in deze zaak. Het gaat dan onder meer om: het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten, de (on)mogelijkheid om op een andere wijze aan dat belang tegemoet te komen, de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid, de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren, de leeftijd van de minderjarige, de te overbruggen afstanden en de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg.
Op basis van de stukken en wat op de zitting is verklaard is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de moeder om met [minderjarige] naar Portugal te mogen verhuizen nu wel moet worden toegewezen. De rechtbank legt deze beslissing als volgt uit.
Het belang van de moeder bij de verhuizing naar Portugal is, zoals in de eerdere procedure, vooral gelegen in het feit dat het Portugese klimaat en de nabijheid van haar familie – die haar kan ondersteunen bij dagelijkse taken – haar helpen bij haar toenemende gezondheidsklachten als gevolg van multiple sclerose (MS). Nu de gezondheidsklachten zijn toegenomen, is dit belang groter geworden dan in 2022/2023. De rechtbank acht het niet alleen in het belang van de moeder maar ook in het belang van [minderjarige] dat de moeder zich fysiek beter voelt, omdat dit haar in staat stelt zich meer op [minderjarige] te concentreren en minder belemmerd te worden door pijn en vermoeidheid. Daarnaast biedt de verhuizing financiële voordelen voor de moeder, die inmiddels volledig arbeidsongeschikt is en enkel een WIA-uitkering ontvangt ter hoogte van 70% van haar laatstverdiende salaris. Dit maakt het steeds moeilijker voor haar om haar vaste lasten in Nederland te dekken en in haar levensonderhoud te voorzien. In Portugal kan de moeder in de woning van haar eigen moeder – die eigendom is van de familie – wonen, zodat haar woonlasten aanzienlijk lager zijn.
Een bijkomende omstandigheid is dat de broer van de moeder, die in de buurt woonde en haar mantelzorger was, recent is overleden. Dit heeft de afhankelijkheid van de moeder vergroot, aangezien ze in Nederland niemand meer heeft om op terug te vallen. Er is geen aanwijzing dat de moeder in Nederland over een netwerk beschikt dat haar kan ondersteunen, terwijl haar gezondheidstoestand steeds verder verslechtert. Het verblijf in Nederland hindert de moeder in haar zorg voor [minderjarige] , waardoor de noodzaak voor een verhuizing naar Portugal toeneemt. Zoals de moeder zelf heeft aangegeven, is haar leven in Nederland uit elkaar gevallen en heeft zij hier nauwelijks nog iets, behalve [minderjarige] .
De rechtbank erkent het belang van de vader in het contact met [minderjarige] , maar constateert dat dit contact met de huidige omgangsregeling aanzienlijk is afgenomen. De rol van de vader is minder groot geworden, terwijl de rol van de moeder juist groter is geworden. Tegelijkertijd zijn de gezondheid en het welzijn van de moeder verslechterd. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat haar moeder zich zo goed mogelijk voelt, omdat dit een positieve invloed zal hebben op zowel het leven van de moeder, als dat van [minderjarige] . Gezien de huidige situatie, is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van de moeder en [minderjarige] is dat zij naar Portugal verhuizen.
De verhuizing van de moeder en [minderjarige] naar Portugal betekent een vermindering van het fysieke contact tussen de vader en [minderjarige] , die elkaar iedere woensdagmiddag en een keer in de maand op zondag zien. De vermindering van het contact tussen de vader en [minderjarige] wordt op dit moment niet als doorslaggevend beschouwd. In plaats daarvan hecht de rechtbank meer waarde aan de nauwe verwevenheid van de levens van de moeder en [minderjarige] , aangezien de moeder altijd de primaire zorg voor [minderjarige] heeft gehad. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat de hierna vast te stellen omgangsregeling voldoende tegemoet komt aan het contactverlies dat een onvermijdelijk gevolg is van de verhuizing.
Daarnaast speelt mee dat de situatie van [minderjarige] hoe dan ook gaat veranderen. Na de zomer zal zij de overstap maken naar de middelbare school. [minderjarige] heeft tijdens het gesprek in raadkamer duidelijk aangegeven dat haar familie voor haar belangrijk is en dat de meeste familiebanden zich in Portugal bevinden, waar ze enkele keren per jaar komt. Behalve haar vader heeft zij nauwelijks banden met Nederland. De rechtbank acht de worteling van [minderjarige] in Nederland, waarop de Raad op de zitting heeft gewezen, niet zodanig dat dit een doorslaggevende invloed heeft op haar beslissing. Gezien het feit dat de vader een beperkte rol speelt in de opvoeding en verzorging van [minderjarige] , en omdat [minderjarige] zelf geen bezwaren heeft geuit tegen de verhuizing en geen blijk heeft gegeven van de wens om in Nederland te blijven, heeft de rechtbank besloten het verzoek van de moeder toe te wijzen.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zodat de moeder de nodige voorbereidingen kan treffen voor de definitieve emigratie naar Portugal. Dit houdt in dat zij in Portugal de benodigde voorzieningen moet treffen voor de behandeling van haar ziekte en dat [minderjarige] ingeschreven moet worden op een middelbare school, zodat zij na de zomervakantie direct kan instromen.
Gezag
De vader heeft verzocht om hem op grond van artikel 1:253o BW opnieuw samen met de moeder met het gezamenlijk gezag over [minderjarige] te belasten. De vader is van mening dat er sprake is van een dusdanige wijziging van omstandigheden dat de beslissing van de rechtbank waarbij de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] is belast niet meer in stand kan blijven.
Deze wijziging van omstandigheden is voornamelijk gelegen in de medische toestand
van de moeder, meer specifiek haar MS-diagnose. De vader vindt het naar voor de moeder dat zij al jarenlang kampt met de ziekte MS en dat haar klachten kennelijk in de afgelopen
jaren flink zijn toegenomen. Met de MS-diagnose van de moeder dient er meer rekening gehouden te worden met situaties waarin de moeder niet meer de zorg voor [minderjarige] kan dragen en daarom het gezag over [minderjarige] niet meer zal kunnen uitoefenen.
De moeder heeft in het gezagsregister laten aantekenen dat haar inmiddels overleden broer bij haar overlijden de voogdij over [minderjarige] zou verkrijgen. De vader kon hiermee leven omdat [minderjarige] in dat geval in Nederland zou blijven wonen en in een relatief bekende omgeving zou kunnen blijven opgroeien. Het contact tussen de vader en [minderjarige] zou op dat moment onverminderd doorgang kunnen vinden. Deze situatie is gewijzigd na het overlijden van de broer van de moeder. Op dit moment heeft de moeder aangetekend dat een familielid uit Portugal de voogdij over [minderjarige] zal dragen bij het overlijden van de moeder. De vader vindt dit een zeer onwenselijke situatie. De vader heeft benadrukt dat hij hoopt dat een en ander überhaupt niet aan de orde zal komen, maar hij maakt zich wel zorgen voor het geval dat dit wel het geval is. Immers, in dat geval staat de vader ‘buiten spel’ omdat hij geen gezagdragende ouder is met als grootste risico dat de voogdij van [minderjarige] dan belegd wordt bij de familie van de moeder in Portugal en [minderjarige] dan (alsnog) naar Portugal zal vertrekken. De vader meent dat bij deze gewijzigde omstandigheid het wenselijk en in het belang van [minderjarige] is dat de vader (opnieuw) met het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt belast. De vader realiseert zich dat het gezamenlijk gezag destijds niet zonder reden is beëindigd. Er was immers sprake van een zeer complexe spanningsvolle situatie tussen de ouders, hetgeen resulteerde in problemen bij de gezagsuitoefening. Inmiddels zijn ouders enkele jaren verder en heeft de vader ingezien dat zijn handelen niet juist is geweest. De vader is absoluut niet van plan om gezagsbeslissingen te dwarsbomen en/of opnieuw in een complexe spanningsvolle situatie terecht te komen met de moeder. Het noodzakelijke overleg aangaande gezagsbeslissingen kan per e-mail plaatsvinden, al dan niet met tussenkomst van de hulpverlener van de vader van Humanitas. De vader wenst met dit zelfstandige verzoek te voorkomen dat hij buiten spel staat als de moeder het gezag over [minderjarige] niet meer kan uitoefenen. Daar bovenop wil de vader absoluut voorkomen dat de voogdij over [minderjarige] in een dergelijk geval door een familielid in Portugal wordt uitgeoefend. De vader meent dat het in het belang van [minderjarige] is dat het gezamenlijk gezag zal herleven zodat hij de eerstaangewezen persoon is om de gezagsbeslissingen en verzorging van [minderjarige] op zich te nemen als de moeder hier onverhoopt niet meer toe in staat zou zijn.
De moeder stelt zich op het standpunt dat de ouders ook nu niet in staat zijn het gezag over [minderjarige] gezamenlijk uit te oefenen. De communicatie tussen hen is nog steeds ronduit slecht te noemen. Daarin is niets veranderd. De ouders hebben in het verleden deelgenomen aan hulpverleningstrajecten om hun communicatie te verbeteren, maar dit heeft niet geholpen. De moeder vreest dat de vader ook nu gezagsbeslissingen, zoals het geven van toestemming voor vakanties, in de weg zal staan. De moeder ziet in wat door de vader is aangevoerd geen aanleiding aan te nemen dat dit nu anders zal zijn. De moeder is nog goed in staat het gezag over [minderjarige] uit te oefenen en het is niet de verwachting dat dit binnen afzienbare tijd anders zal zijn. Het feit dat de moeder MS heeft, betekent niet dat zij op korte termijn zal komen te overlijden. Haar levensverwachting is gelijk aan mensen zonder MS. Mocht de moeder onverhoopt wel komen te overlijden, dan kan de vader op grond van artikel 1:253g BW het gezag over [minderjarige] vragen. Lid 3 van voornoemd artikel bepaalt immers dat de overlevende ouder alleen niet met het gezag zal worden belast in het geval het belang van [minderjarige] zich daartegen verzet.
De rechtbank zal het verzoek van de vader om hem opnieuw mede met het gezag over [minderjarige] afwijzen. De rechtbank acht de kans aanzienlijk dat [minderjarige] klem en verloren zal raken tussen haar ouders, te meer omdat de moeder toestemming heeft gekregen om met [minderjarige] naar Portugal te verhuizen. Er is op dit moment nauwelijks samenwerking mogelijk tussen de ouders. De afstand tussen Nederland en Portugal zal dit alleen maar verergeren. Ook is niet gebleken dat de communicatie tussen de ouders inmiddels is verbeterd. De rechtbank acht het daarom in het belang van [minderjarige] dat haar moeder met het eenhoofdig gezag over haar blijft belast.
Omgangsregeling
Nu de rechtbank het verzoek van de moeder om met [minderjarige] naar Portugal te verhuizen toewijst, komt de rechtbank toe aan de beoordeling van het voorwaardelijke verzoek van de vader met betrekking tot de omgangsregeling
De vader verzoekt de rechtbank te bepalen dat de vader en [minderjarige] voortaan tweemaal per week, te weten op woensdag- en zaterdagmiddag om 17.00 uur met elkaar zullen
videobellen, alsmede dat [minderjarige] iedere gehele schoolvakantie – op kosten van de
moeder – naar Nederland zal afreizen teneinde de vakantie bij haar vader door te brengen.
Op de zitting is besproken dat de schoolvakanties in Portugal niet gelijk zijn aan de schoolvakanties in Nederland. In Portugal duurt de zomervakantie drie maanden. Verder zijn er vrije dagen rond de kerst en Nieuwjaarsdag, rond katholieke feestdagen en is er een vakantie in de carnavalsperiode.
De moeder heeft ermee ingestemd dat de vader en [minderjarige] twee keer per week videobellen, maar verzoekt dit tijdstip aan te passen naar 19.00 uur, omdat [minderjarige] om 17.00 uur nog op school zit of andere activiteiten zal hebben. De vader heeft daarmee ingestemd, zodat de rechtbank dit zal vaststellen.
Verder zal de rechtbank vaststellen dat [minderjarige] in de zomervakantie twee keer een hele week naar de vader in Nederland zal komen en twee keer per jaar een lang weekend. De moeder zal op eigen kosten met [minderjarige] naar Nederland reizen en in de buurt van de woning van de vader verblijven, zodat [minderjarige] bij haar kan overnachten. [minderjarige] wil niet bij de vader overnachten en de woning van de vader biedt daar ook geen ruimte voor. De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder afspraken maakt over de invulling van de tijd in Nederland, zodanig dat [minderjarige] de vader en/of zijn familie ruimschoots kan zien. Verder heeft de moeder aangeboden dat de vader naar Portugal kan komen om [minderjarige] te zien. Zij zal de tickets van de vader betalen. De moeder zal hiertoe financieel in staat zijn omdat zij in Portugal geen woonlasten heeft, terwijl haar woonlasten in Nederland aanzienlijk zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader dit aanbod van de moeder aanneemt, en een paar keer per jaar naar Portugal zal reizen om [minderjarige] te zien. De vader moet hiertoe in staat geacht worden omdat hij niet werkt en de moeder de tickets betaalt.
Informatieregeling
De moeder heeft ingestemd met de door de vader verzochte informatieregeling, zodat de rechtbank dit verzoek zal toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
*
verleent de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1972 te [geboorteplaats 2] , vervangende toestemming, welke de toestemming van de vader, [de vader] , geboren op [geboortedatum 3] 1961 te [geboorteland] , vervangt, om met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] , te verhuizen naar Portugal;
*
bepaalt dat [minderjarige] op kosten van de moeder in de zomervakantie twee keer een hele week naar de vader in Nederland zal komen en twee keer per jaar een lang weekend. De moeder zal met [minderjarige] naar Nederland reizen en in de buurt van de woning van de vader verblijven, zodat [minderjarige] bij haar kan overnachten;
*
bepaalt dat de moeder iedere eerste dag van de maand een e-mailbericht aan de vader zal sturen aangaande belangrijke zaken in het leven van [minderjarige] , waaronder in ieder geval:
  • informatie over de lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand van [minderjarige] ;
  • de voortgang en ontwikkelingen op school;
  • aan welke buitenschoolse activiteiten [minderjarige] deelneemt en van welke sportvereniging dan wel andere vereniging zij lid is;
  • welke belangrijke gebeurtenissen er de komende maand staan te gebeuren;
  • welke belangrijke beslissingen er in de komende maand genomen dienen te worden;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.L. Strop, M.F. Baaij en A.S. Perniciaro, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.