7.4.Verweerder heeft de aanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen.De aanvraag is namelijk een opvolgende aanvraag, die niet niet-ontvankelijk is verklaard. Het terugkeerbesluit van 19 juli 2021 is nog steeds geldig en verweerder heeft tot slot aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Beoordeling door de rechtbank
In grote lijnen niet geloofwaardig
8. De rechtbank stelt voorop dat eiser geen beroepsgronden heeft gericht tegen de tegenwerping van verweerder dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Dit punt is dan ook niet in geschil.
Verklaringen niet samenhangend en aannemelijk
9. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft diverse brieven overgelegd ter onderbouwing van zijn seksuele gerichtheid en deze dienen ter ondersteuning van hetgeen eiser daar zelf over heeft verklaard. Ook heeft verweerder ten onrechte de overgelegde lidmaatschapskaart van Rainbow Den Haag niet aangemerkt als indicatie van zijn seksuele gerichtheid. Eiser ziet niet in op welke wijze hij, meer dan hij al heeft gedaan, inzicht zou kunnen geven in zijn gestelde groei. Daarbij is van groot belang dat de groei waarover het in deze beroepszaak gaat, ziet op een innerlijke beleving die nu eenmaal niet altijd middels het geven van voorbeelden onder woorden kan worden gebracht. Daarnaast stelt eiser dat personen middels slechts door hun aanwezigheid bij bijeenkomsten een steun kunnen zijn voor anderen zonder dat er sprake is van daadwerkelijke hulpverlenende activiteiten.
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers gestelde homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig zijn. De rechtbank legt dit hierna uit.
11. In lhbti-zaken ligt het zwaartepunt van de geloofwaardigheidsbeoordeling bij het persoonlijke en authentieke verhaal dat de vreemdeling vertelt over en vanuit zijn eigen ervaring met betrekking tot zijn gestelde seksuele gerichtheid. Dit geldt temeer in een geval als dit, waarbij de vreemdeling al in een eerdere procedure heeft verklaard over zijn seksuele gerichtheid en ook bekend is met de redenen waarom hij zijn gestelde seksuele gerichtheid destijds niet aannemelijk heeft weten te maken. Dat laat echter onverlet dat verweerder een integrale beoordeling moet verrichten en dat de vreemdeling zijn ontoereikende verklaringen kan compenseren met andere verklaringen en overgelegd bewijsmateriaal.
12. Eiser heeft tijdens de gehoren verklaard dat hij is gegroeid ten aanzien van zijn homoseksualiteit. Naar aanleiding daarvan zou eiser beter in staat zijn dan voorheen om te spreken over gevoelens en emoties en over wat seksuele identiteit voor hem inhoudt. Verweerder heeft eiser uitgebreid bevraagd over eisers relatie met [persoon 1] en ook zijn vragen aan hem gesteld om meer inzicht te krijgen in zijn gedachtes en gevoelens.Ook zijn aan eiser vragen gesteld over het bijwonen van bijeenkomsten van (onder andere) Rainbow Den Haag waarom deze zo belangrijk voor hem zijn, wat hij tijdens de bijeenkomsten heeft geleerd en hoe hij met deze kennis een steun voor anderen wil zijn. Daarbij heeft verweerder doorgevraagd naar de persoonlijke ervaringen daarover.Verder zijn aan eiser vragen gesteld over de persoonlijke ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt in zijn homoseksuele identiteit en er wat hij precies bedoelt met bepaalde uitspraken.Aan eiser is voorgehouden dat zijn antwoorden nog vrij algemeen of onvoldoende concreet blijven en is hem expliciet gevraagd, en daarmee de mogelijkheid geboden, wat meer inzicht te geven in zijn gevoelswereld.Verweerder heeft in de besluitvorming duidelijk aangegeven waarom eisers verklaringen niet aannemelijk of onvoldoende overtuigend zijn en wat er in dat verband van eiser mocht worden verwacht. De rechtbank volgt verweerder dan ook in het standpunt dat bij deze opvolgende aanvraag, waarbij eiser al geruime tijd in Nederland is, naar eigen zeggen homoseksueel is en zelf zegt daarin een ontwikkeling te hebben doorgemaakt, van eiser verwacht mag worden dat hij meer kan verklaren en meer inzicht kan geven in zijn gedachtes en gevoelens en uitleg te kunnen geven waaruit die ontwikkeling bestaat. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser daarin niet geslaagd.
13. Ten aanzien van de door eiser ingebrachte stukken is de rechtbank van oordeel dat verweerder kenbaar heeft gemotiveerd hoe rekening is gehouden met de ingebrachte stukken. Verweerder heeft kunnen overwegen dat de verklaringen van de verschillende lhbti-organisaties een feitelijke weergave zijn van eisers deelname aan lhbti-activiteiten en hoe de lhbti-organisaties hem als persoon hebben leren kennen. Hoewel de verklaringen ondersteunen dat eiser naar verschillende bijeenkomsten gaat en deelneemt aan activiteiten voor lhbti’ers, heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat dit nog niet betekent dat eiser alsnog in zijn gestelde homoseksualiteit moet worden gevolgd. Het is ook van belang welke beleving eiser bij deze bijeenkomsten heeft. Zoals overwogen onder overweging 12 heeft verweerder kunnen concluderen dat eiser te veel in algemeenheden en onvoldoende persoonlijk heeft verklaard over hoe belangrijk de bijeenkomsten voor hem waren. Verweerder heeft daarom in de ingebrachte verklaringen van vrienden, lhbti-organisaties, zijn gestelde partner en de foto’s geen aanleiding hoeven zien om de gestelde seksuele geaardheid van eiser alsnog geloofwaardig te achten. De beroepsgrond slaagt niet.
14. Tot slot stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder zijn partner ten onrechte niet heeft gehoord.
15. De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om de gestelde partner van eiser te horen. Uit Werkinstructie 2019/17blijkt dat verweerder slechts in twijfelgevallen ervoor zou kunnen kiezen om een derde te horen. Gelet op wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen is in dit deze zaak geen sprake van een twijfelgeval. Verweerder heeft zich dus niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde partner van eiser niet gehoord hoefde te worden. De beroepsgrond slaagt niet.