ECLI:NL:RBDHA:2026:4935

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
AWB 26/3720
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter onbevoegd bij verzoek voorlopige voorziening over overplaatsing COA

Verzoeker, een asielzoeker met een verblijfsvergunning, werd door het COA geïnformeerd over een woonruimteaanbod in de gemeente Leidschendam-Voorburg en een voorgenomen overplaatsing naar een COA-locatie. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze overplaatsing en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de overplaatsing op te schorten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de mededelingen van het COA geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormen, maar slechts uitvoeringshandelingen betreffen. Omdat verzoeker inmiddels in aanmerking komt voor zelfstandige huisvesting en de aanspraak op COA-verstrekkingen van rechtswege is geëindigd, is er geen besluit waartegen bezwaar of beroep mogelijk is.

Daarom verklaarde de voorzieningenrechter zich kennelijk onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 26/3720

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

en

het bestuur van het COa, verweerder

(gemachtigde: mr. I.A. van der Valk – in ’t Veen).

Procesverloop

Verweerder heeft aan verzoeker meegedeeld dat hij woonruimte aangeboden krijgt in de gemeente Leidschendam-Voorburg en dat hij vooruitlopend daarop per 9 maart 2025 zal worden overgeplaatst naar een COa-locatie te [plaats] .
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Hij heeft daarnaast op 6 maart 2026 de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening de overplaatsing op te schorten.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, als tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Op grond van 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen als hij kennelijk onbevoegd is, of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond.
3. De voorzieningenrechter is in dit geval kennelijk onbevoegd. De mededelingen aan verzoeker dat hij woonruimte aangeboden krijgt en dat hij op 9 maart 2026 wordt overgeplaatst zijn namelijk niet aan te merken of gelijk te stellen met een besluit in de zin van de Awb, waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Nu aan verzoeker een verblijfsvergunning asiel is verleend en hij in aanmerking komt voor zelfstandige huisvesting, is voor hem de aanspraak op verstrekkingen door het COa van rechtswege geëindigd. De genoemde mededelingen aan verzoeker zijn in dit verband slechts uitvoeringshandelingen die niet kunnen worden aangevochten bij de bestuursrechter. [2]
4. De voorzieningenrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren om van het verzoek kennis te nemen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan op 7 maart 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl. Het dictum is telefonisch doorgegeven aan de gemachtigde van verweerder op 7 maart 2026 om 10:52 uur en aan verzoeker op 7 maart 2026 om 11:14 uur.
De rechter is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
2.Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:925.