Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een visum kort verblijf om zijn neef te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aantoonde dat hij tijdig zou terugkeren naar Marokko. De sociale en economische binding met Marokko werd als gering beoordeeld.
Eiser voerde aan dat hij onterecht niet gehoord was en dat de betrouwbaarheid van zijn referent niet werd meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het horen niet verplicht was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat de betrouwbaarheid van de referent niet doorslaggevend is zonder voldoende binding.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs leverde van zorg voor familie of economische activiteiten in Marokko. De bewijslast lag bij eiser, die niet voldeed aan de eisen uit de Visumcode en checklist. De afwijzing werd daarom bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende sociale en economische binding en redelijke twijfel over tijdige terugkeer.