ECLI:NL:RBDHA:2026:489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Kerstens-Fockens
- M.J.J. Roks
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid bestuursrechter in civielrechtelijke betalingskwestie
In deze zaak heeft eiser, een advocaat, namens zijn cliënt een beroep ingediend bij de rechtbank Den Haag, nadat verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, niet was overgegaan tot uitbetaling van proceskosten en griffierecht, zoals eerder opgelegd door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. De voorzieningenrechter had op 14 februari 2025 bepaald dat verweerder €907,- aan proceskosten en €184,- aan griffierecht moest betalen. Ondanks meerdere verzoeken van eiser om deze bedragen te laten uitbetalen, heeft verweerder dit nagelaten. Eiser heeft vervolgens de bestuursrechter verzocht om verweerder tot betaling te dwingen. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat zij onbevoegd is om deze zaak te behandelen, omdat het geschil niet gaat om een appellabel besluit van verweerder, maar om een civielrechtelijke kwestie die onder het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering valt. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder zitting, aangezien voortzetting van het onderzoek niet nodig was. De rechtbank concludeert dat eiser de mogelijkheid heeft om een gerechtsdeurwaarder in te schakelen of een procedure te starten bij de bevoegde civiele rechter om de betaling af te dwingen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding of griffierecht, aangezien de bestuursrechter zich onbevoegd heeft verklaard.