ECLI:NL:RBDHA:2026:4884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens internationale bescherming in Cyprus
Eisers dienden op 16 juli 2025 asielaanvragen in, die de minister op 20 oktober 2025 niet-ontvankelijk verklaarde omdat zij internationale bescherming genieten in Cyprus. Eisers stelden dat de situatie in Cyprus voor statushouders slecht is, met problemen in huisvesting, werk en zorg, en dat zij niet terug kunnen keren.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat een lidstaat mag aannemen dat een andere lidstaat haar internationale verplichtingen nakomt. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Cyprus deze verplichtingen schendt of dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest.
De rechtbank weegt mee dat eisers toegang hadden tot huisvesting, werk en zorg, en dat zij niet hebben aangetoond dat zij adequaat hulp van Cypriotische autoriteiten hebben gezocht of dat dit zinloos zou zijn. Ook het aangevoerde AIDA-rapport bevestigt niet dat de situatie in Cyprus zodanig is dat terugkeer onredelijk is.
Daarom blijft de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen in stand en worden de beroepen ongegrond verklaard. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier M.C. Drenten - Boon op 10 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen.