Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
gemachtigde: voorheen L. Nederpel, thans mr. A.S. Kik-Hartog,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. E.A.H. ten Berge,
eisende partij,
gemachtigde: mr. E.A.H. ten Berge,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. G.L.E. Kemerink op Schiphorst.
1.Kern van de zaak
2.Procedure
3.Verdere beoordeling
Volgt uit de tekst, bedoeling en systematiek van artikel 2 lid 5 onder Pro b BLE en artikel 3 lid 5 onder Pro b BLG dat bij een vrijwillige overdracht van het bestand aan kleinverbruikers in de zogeheten eerste vensterperiode de leveringsovereenkomsten op de overnemende leverancier mee overgaan en de overnemende leverancier (derhalve) gebonden is aan de voorwaarden en tarieven uit die leveringsovereenkomsten?
Onze overeenkomst eindigt als de overheid onze leveringsvergunning(en) intrekt. De overheid heeft geregeld dat andere partijen de levering overnemen.”. Innova stelt dat de leveringsovereenkomsten met SEPA zijn geëindigd door de intrekking van de energieleveringsvergunningen door de ACM. Een beëindigde overeenkomst kan niet overgaan op een overnemende leverancier, aldus Innova.
Als deze vraag ontkennend moet worden beantwoord, geldt dan na de overdracht van het bestand van kleinverbruikers aan de overnemende leverancier dat tussen hen
een nieuw contract tot stand is gekomen op voorwaarden van de overnemende leverancier, waarbij de klant(
stilzwijgend) het aanbod tot levering van gas en elektriciteit heeft aanvaard,
een contract tot stand is gekomen als gevolg van wettelijke contractsoverneming dan wel een uit de wet (de Besluiten) voortvloeiende vorm van verbondenheid is ontstaan (verbintenissen uit de wet) die inhoudt dat (de leverancier energie levert en) de klant daarvoor betaalt overeenkomstig de tarieven van die leverancier,
op grond van de redelijkheid en billijkheid tussen hen verbintenissen gelden op grond waarvan de energieleverancier gas en elektriciteit moet leveren aan de klant en de klant een redelijk tarief moet betalen aan de energieleverancier voor de aan hem geleverde gas en elektriciteit,
sprake is van ongevraagde levering van energie van de overnemende leverancier aan de consument als bedoeld in artikel 7:7 lid 2 BW Pro?
Moet bij de beantwoording van vraag 2 onderscheid worden gemaakt tussen de eerste periode van dertig dagen na de overdracht van de klant aan de overnemende leverancier (of zoveel korter als voor de klant een kortere opzegtermijn geldt) en de periode daarna?
Als sprake is van een nieuw contract
rusten dan op de overnemende leverancier de (pre)contractuele informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m BW e.v.,
moet deze dan worden beschouwd als te zijn tot stand gekomen als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193a BW e.v.?
Als het antwoord op de vorige vraag ja is, welke consequenties moeten er dan worden verbonden aan een eventuele schending van de (pre)contractuele informatieverplichtingen en/of oneerlijke handelspraktijk?
Volgt uit de tekst, bedoeling en systematiek van artikel 2 lid 5 onder Pro b BLE (oud) en artikel 3 lid 5 onder Pro b BLG (oud), dan wel uit artikel 3:12 en Pro/of 6:248 BW (aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid) dat bij een vrijwillige overdracht van het bestand aan kleinverbruikers in de zogeheten eerste vensterperiode de leveringsovereenkomsten, dan wel de bestaande voorwaarden en tarieven van de oude energieleverancier, op de overnemende leverancier mee overgaan en de overnemende leverancier (derhalve) gebonden is aan die leveringsovereenkomst, dan wel dan wel de bestaande voorwaarden en tarieven van de oude energieleverancier?
Als vraag 1 ontkennend moet worden beantwoord, geldt dan na de overdracht aan het bestand aan kleinverbruikers aan de overnemende leverancier dat tussen hen
een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen onder de voorwaarden van de overnemende leverancier, waarbij de klant(
stilzwijgend) het aanbod tot levering van gas en elektriciteit heeft aanvaard,
op grond van artikel 2 lid 5 onder Pro b BLE (oud) en artikel 3 lid 5 onder Pro b BLG (oud) en de toelichting daarop een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen op voorwaarden van de overnemende leverancier dan wel een uit de wet (de Besluiten) voortvloeiende vorm van verbondenheid is ontstaan (verbintenissen uit de wet) die inhoudt dat (de leverancier energie levert en) de klant daarvoor betaalt overeenkomstig de tarieven van die leverancier,
op grond van de redelijkheid en billijkheid tussen hen verbintenissen gelden op grond waarvan de energieleverancier gas en elektriciteit moet leveren aan de klant en de klant een redelijk tarief moet betalen aan de energieleverancier voor de aan hem geleverde gas en elektriciteit,
sprake is van ongevraagde levering van energie van de overnemende leverancier aan de consument als bedoeld in artikel 7:7 lid 2 BW Pro?
Indien geen van de bij vraag 2a) tot en met c) genoemde mogelijkheden van toepassing is, hoe dient de rechtsverhouding tussen de overnemende leverancier en de kleinverbruiker dan te worden gekwalificeerd, en welke daaruit voortvloeiende verplichtingen bestaan dan over en weer?
Moet bij de beantwoording van vraag 2 en 3 onderscheid worden gemaakt tussen de eerste periode van dertig dagen na de overdracht van de klant aan de overnemende leverancier – binnen welke periode het de klant verboden is over te stappen naar een andere energieleverancier (of zoveel korter als voor de klant een kortere opzegtermijn geldt) – en de periode daarna?
Als sprake is van een nieuwe overeenkomst met de overnemende leverancier onder de voorwaarden van de overnemende leverancier:
rusten dan op de overnemende leverancier de (pre)contractuele informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m BW e.v. en/of artikel 95m Elektriciteitswet 1998 (oud) en artikel 52b Gaswet (oud),
moet dit nieuwe contract dan worden beschouwd als te zijn tot stand gekomen als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193a BW e.v.?
Als het antwoord op de vorige vraag ja is, welke gevolgen voor de kleinverbruikers en de overnemende leverancier kunnen er dan worden verbonden aan een eventuele schending van de (pre)contractuele informatieverplichtingen door en/of oneerlijke handelspraktijk van de overnemende energieleverancier?