ECLI:NL:RBDHA:2026:4794
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag staatloze Palestijn wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging in Jordanië
Eiser, een staatloze Palestijn geboren in 1989, diende op 23 oktober 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde dat hij in Jordanië werd gediscrimineerd vanwege zijn afkomst en bedreigd werd door een medewerker van de inlichtingendienst vanwege problemen met het paspoort van zijn vrouw. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 4 september 2025 af.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de discriminatie en problemen met het paspoort geloofwaardig waren, deze niet zodanig ernstig waren dat eiser een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade liep. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet op maatschappelijk en sociaal gebied in Jordanië kon functioneren. Ook de vrees voor de inlichtingendienst werd niet als zelfstandig asielmotief erkend en onvoldoende onderbouwd.
Eiser trok het beroep in voor het niet-tijdig beslissen, maar vroeg proceskostenvergoeding, welke werd toegewezen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde de verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €467.
De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 5 maart 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de proceskosten voor het niet-tijdig beslissen worden toegewezen.