ECLI:NL:RBDHA:2026:4783
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Ontbinding vennootschap onder firma wegens verstoorde samenwerking en waardebepaling
Partijen zijn broers en vennoten in een vennootschap onder firma (vof) die een glastuinbouwbedrijf exploiteert. Na een handgemeen en langdurige verstoorde samenwerking vorderen zij beiden ontbinding van de vof wegens gewichtige redenen. De rechtbank constateert dat de samenwerking onherstelbaar is verstoord en ontbindt de vof.
De rechtbank wijst erop dat de vennootschap moet worden vereffend en dat de onderneming aan één vennoot kan worden toegedeeld. Omdat partijen het niet eens zijn over wie de onderneming moet voortzetten en de waarde van de vof, wordt de beslissing aangehouden totdat een onafhankelijke deskundige de waarde heeft vastgesteld. Partijen krijgen de gelegenheid zich uit te laten over de benoeming van deze deskundige en de vraagstelling.
Daarnaast speelt een geschil over arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die een vennoot niet aan de vof heeft afgestaan. De rechtbank houdt ook dit onderdeel aan en verzoekt partijen een verklaring van de boekhouder te overleggen over eventuele afwijkende afspraken.
De rechtbank bepaalt dat de kosten van de deskundige voorlopig uit de middelen van de vof worden voldaan en zal in een apart vonnis de benoeming en kostenverdeling definitief regelen. De zaak wordt op 11 maart 2026 opnieuw behandeld voor verdere beslissingen.
Uitkomst: De rechtbank ontbindt de vennootschap onder firma wegens gewichtige redenen en stelt aan partijen de benoeming van een deskundige voor om de waarde van de vof vast te stellen.