ECLI:NL:HR:2022:523

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 april 2022
Publicatiedatum
6 april 2022
Zaaknummer
21/00653
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:185 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake uitleg maatschapsakte en verdeling gemeenschap

In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2020, waarin het hof een geschil betrof over de uitleg van een maatschapsakte en de verdeling van de gemeenschap tussen partijen.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Overijssel en het hof Arnhem-Leeuwarden. De klachten van eiser tegen het hofarrest zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze leiden niet tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet vereist is om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van verweerders zijn begroot op een bedrag van € 2.621,34.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Lock, Schaafsma en Salomons en in het openbaar uitgesproken door Wattendorff op 8 april 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/00653
Datum8 april 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaten: D.M. de Knijff en M.S. van der Keur,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaten: J.A.M.A. Sluysmans en N. van Triet.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/210769/HA ZA 17-535 van de rechtbank Overijssel van 17 januari 2018 en 8 augustus 2018;
het arrest in de zaak 200.250.436 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
8 april 2022.