4.2.Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser aangevoerd dat uit de incidentenlijst, die als bijlage aan het plaatsingsbesluit is toegevoegd, blijkt dat er naar aanleiding van het eerdere incident in de ochtend van 28 december 2025 al een HTL-maatregel is opgelegd, terwijl uit het plaatsingsbesluit blijkt dat dit eerdere incident niet als grondslag voor de HTL-plaatsing is gebruikt. Door de gemachtigde van eiser is ook op de zitting aangevoerd dat uit het plaatsingsbesluit blijkt dat eiser op 28 december 2025 al in de HTL is geplaatst, terwijl het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn gedateerd op 29 december 2025. Daarnaast ontbreekt in het dossier een verklaring van vrijwillig verblijf. Gelet op vorenstaande heeft eiser één dag in de HTL verbleven onder het daarbij gehorende vrijheidsbeperkende regime zonder dat daaraan een wettelijke grondslag lag, waardoor er recht op schadevergoeding bestaat.
5. Het COa heeft ter onderbouwing van het incident en de impact daarvan verwezen naar het plaatsingsbesluit. Het feit dat eiser niet is meegenomen door de politie is niet doorslaggevend voor de vraag of een HTL-maatregel kan worden opgelegd. Ten aanzien van de vermelding in de incidentenlijst dat eiser al naar aanleiding van het incident bij het ontbijt in de HTL is geplaatst merkt het COa op dat de gang van zaken voldoende duidelijk volgt uit het plaatsingsbesluit dat ter toetsing voorligt. Ten aanzien van de vraag of eiser al voor de 29 december 2025 in de HTL is geplaatst heeft de gemachtigde van het COa aangevoerd dat dit in strijd is met de goede procesorde. De vertegenwoordiger van het COa heeft nu niet de mogelijkheid om de gang van zaken na te vragen en een eventuele verklaring van vrijwillig verblijf van eiser toe te voegen aan het dossier. Voor zover al zou moeten worden uitgegaan van een feitelijke plaatsing op
28 december 2025 is dit een feitelijke handeling waartegen eiser apart bezwaar had moeten indienen.
6. De rechtbank ziet in wat eiser naar voren heeft gebracht geen aanleiding om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa. De enkele niet onderbouwde stelling van eiser dat hij niemand heeft geslagen, geschopt en bespuugd en dat juist hij is geslagen, acht de rechtbank onvoldoende om te twijfelen aan de door het COa geschetste gang van zaken. Uit de verslaglegging volgt duidelijk hoe het incident heeft plaatsgevonden en dat (een deel van) de feiten door meerdere getuigen, zoals de beveiliging en andere COa-medewerkers, zijn waargenomen. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de gedragingen zoals door het COa beschreven, zich hebben voorgedaan. Het feit dat kennelijk ten onrechte in de incidentenlijst staat opgenomen dat er naar aanleiding van het incident in de ochtend van
28 december 2025 al een HTL-maatregel is opgelegd, maakt dit niet anders. De rechtbank gaat dan ook uit van de verslaglegging van het COa.
7. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat het COa het incident terecht heeft gekwalificeerd als een incident met een zeer grote impact, nu het gaat om agressie of geweld met als doel de ander ernstig fysieke schade toe te brengen.Uit de verslaglegging volgt onder andere dat eiser, terwijl hij in de spreekkamer aan het wachten was, op de beveiligingsmedewerker begon in te slaan met een gebalde vuist en bij zijn nek is gegrepen. Nadat eiser door de beveiligingsmedewerker op de grond onder controle werd gebracht, bleef eiser zich verzetten door te schreeuwen, te schelden, te schoppen en te spugen. Uiteindelijk is 112 gebeld en is politie ter plaatse gekomen. Het verweer dat de impact beperkt was en dat dit blijkt uit het feit dat eiser niet door de politie in bewaring is genomen, volgt de rechtbank niet. Uit de verslaglegging van het COa volgt dat het niet in bewaring nemen van eiser was gelegen in een capaciteitsgebrek bij de politie. Bovendien is het wel of niet in bewaring nemen van eiser niet bepalend voor de vraag of een HTL-maatregel gerechtvaardigd is. Uit de verslaglegging van het COa blijkt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat het onvoorspelbare agressieve gedrag van eiser een zeer grote impact heeft gehad op alle betrokkenen, zowel op fysiek, emotioneel als sociaal vlak. Het COa heeft daarnaast terecht overwogen dat al er eerder incidenten hebben plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat het COa, in overeenstemming met het Maatregelenbeleid en voldoende deugdelijk gemotiveerd, heeft besloten tot de oplegging van het plaatsingsbesluit.
Eerdere plaatsing in de HTL?
8. De rechtbank overweegt dat de gemachtigde van eiser eerst op zitting heeft aangevoerd dat eiser al op 28 december 2025 zonder geldige titel in de HTL is geplaatst. Nu eiser dit niet eerder als een beroepsgrond heeft aangevoerd heeft het COa hierdoor niet de daadwerkelijke gang van zaken kunnen uitzoeken. Niet valt in te zien waarom dit verweer niet in een eerder stadium aangevoerd had kunnen worden. Gelet op vorenstaande oordeelt de rechtbank dat er sprake is van strijd met de goede procesorde. De beroepsgrond zal daarom niet worden betrokken bij deze beoordeling.
9. De rechtbank zal het beroep tegen het plaatsingsbesluit gelet op het voorgaande ongegrond verklaren.