ECLI:NL:RBDHA:2026:46

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
NL25.57780, NL25.57783
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 42 VwArt. 6:12 AwbArt. 8:72 AwbArt. 8:55d Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen met oplegging dwangsom

Eisers hebben beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op hun asielaanvragen van 7 november 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eisers gestelde extra termijn van twee weken heeft beslist.

De rechtbank verklaart de beroepen ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op grond van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een nieuwe beslistermijn van zestien weken opgelegd, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking van deze uitspraak.

Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Ook worden de proceskosten van eisers vastgesteld op €467 vanwege de samenhang van de zaken.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen op de asielaanvragen, onder dreiging van de dwangsom.

Uitkomst: De minister moet binnen zestien weken alsnog beslissen op de asielaanvragen, onder dreiging van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57780, NL25.57783

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
gezamenlijk eisers,
(gemachtigde: mr. C.L.J.M. Wilhelmus),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvragen van 7 november 2024.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Zijn de beroepen ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvragen te beslissen is verstreken. [2] Eisers hebben de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. [3] Dat heeft de minister niet gedaan en eisers hebben vervolgens beroep ingesteld. [4]
3. De beroepen zijn ontvankelijk en kennelijk gegrond.
Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag. [5] De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. [6] Dit betekent dat de minister binnen een termijn van zestien weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.
Welke dwangsom legt de rechtbank op?
5. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op. [7]
6. De rechtbank bepaalt dat de minister aan eisers gezamenlijk een dwangsom van
€ 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-. [8]

Conclusie en gevolgen

7. De beroepen zijn kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister zestien weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers gezamenlijk een dwangsom verschuldigd.
8. De minister moet de door eisers gezamenlijk gemaakte proceskosten vergoeden. Omdat sprake is van samenhang stelt de rechtbank deze kosten vast op € 467,-. [9]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op om binnen zestien weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvragen bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eisers gezamenlijk een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de gezamenlijke proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb.
4.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
5.Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb.
8.Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
9.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.