ECLI:NL:RBDHA:2026:4564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding
Eiser, een Marokkaanse student geboren in 2017, verzocht om een visum voor kort verblijf om familie te bezoeken. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende sociale en economische binding met Marokko had aangetoond, mede doordat hij de vragenlijst visumaanvraag niet had ingevuld.
Eiser stelde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat het besluit voldoende was gemotiveerd en zorgvuldig tot stand was gekomen. De rechtbank stelde dat verweerder terecht twijfelde aan de terugkeergarantie vanwege het ontbreken van bewijs van sociale banden en economische binding.
De rechtbank vond dat verweerder niet hoefde te horen omdat het bezwaar geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die tot een ander besluit konden leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.