ECLI:NL:RBDHA:2026:445

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
NL25.14357
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen leeftijdsbepaling van een Eritrese asielzoeker

In deze zaak heeft eiser, een Eritrese asielzoeker, beroep ingesteld tegen de leeftijdsbepaling die door de minister van Asiel en Migratie is vastgesteld. Eiser stelt dat hij op [datum] 2007 is geboren, maar de minister heeft na een leeftijdsschouw geconcludeerd dat hij evident meerderjarig is en heeft zijn geboortedatum geregistreerd als [datum] 2006. Eiser heeft zijn asielaanvraag ingediend op 24 september 2023 en heeft problemen ondervonden vanwege de militaire dienstplicht van zijn vader en zijn illegale uitreis. De rechtbank heeft besloten om zonder zitting uitspraak te doen, omdat partijen geen zitting hebben aangevraagd. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat de minister inmiddels op de asielaanvraag heeft beslist. De rechtbank heeft de proceskosten van eiser vastgesteld op € 467, omdat hij redelijkerwijs kosten heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep. De rechtbank volgt de conclusie van de minister over de leeftijdsbepaling en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14357

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.J.M. Mohrmann),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Op 27 maart 2025 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Bij besluit van 1 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder alsnog op eisers asielaanvraag beslist en zijn asielaanvraag ingewilligd.
Het beroep richt zich op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb [1] mede tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft
gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank doet daarom met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2007 en de Eritrese nationaliteit te hebben. Op 24 september 2023 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij problemen heeft vanwege de militaire dienstplicht van zijn vader en vanwege zijn illegale uitreis.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag ingewilligd, maar daarbij de door eiser opgegeven geboortedatum niet gevolgd. Uit de leeftijdsschouw is gebleken dat eiser evident meerderjarig is. Eiser heeft geen identificerende documenten overgelegd waaruit blijkt dat hij minderjarig is. Daarom wordt [datum] 2006 als geboortedatum geregistreerd.
3. Eiser kan zich niet vinden in de leeftijdsregistratie. Hij heeft verklaard dat hij op [datum] 2007 is geboren. Het is aan verweerder om dit vermoeden te weerleggen. Hierbij wijst eiser op de uitspraak van de Afdeling [2] van 24 december 2024 [3] en het arrest van het EHRM [4] van 21 juli 2022. [5] Daarbij is de minderjarigheid het uitgangspunt. Eiser twijfelt aan de betrouwbaarheid van de leeftijdsschouw. Zo lopen de geconstateerde kenmerken uiteen en zitten er verschillen in het geconstateerde gedrag. Daarbij komt dat een terugwijkende haargrens geen deugdelijk kenmerk is om de wijziging van de leeftijd op te baseren. Eiser verwijst ook naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 25 juni 2024. [6] Tot slot stelt eiser dat niet is gebleken dat Stichting Nidos op de hoogte is gesteld van de aanstaande leeftijdsschouw, terwijl zij hiervan wel op de hoogte dienen te worden gesteld, gelet op Werkinstructie (WI) 2018/19.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Beroep tegen het niet tijdig beslissen
4. Verweerder heeft met het bestreden besluit alsnog op eisers asielaanvraag beslist. Dat besluit zal hierna worden beoordeeld. Eiser heeft nu geen belang meer bij een beslissing op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Dat beroep is daarom niet-ontvankelijk. Omdat eiser terecht beroep ingesteld heeft tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, zal verweerder wel in de proceskosten worden veroordeeld.
Beroep tegen het bestreden besluit
5. In WI 2025/1 is uiteengezet hoe de minister handelt bij twijfel aan een opgegeven leeftijd. Uit paragraaf 3.1 volgt dat iedere alleenstaande minderjarige vreemdeling die zijn gestelde minderjarigheid niet kan aantonen met bewijsmiddelen, bij binnenkomst wordt geschouwd door de DISA [7] of de KMar [8] . Daarnaast rapporteert de medewerker van het aanmeldgehoor welk gedrag is waargenomen en neemt deze ook uiterlijke/lichamelijke kenmerken op in het rapport van gehoor. Als sprake is van twijfel of onzekerheid, wordt verder onderzoek gedaan naar de leeftijd.
6. Verweerders beleid over de leeftijdsbepaling, zoals neergelegd in paragraaf C1/2.2, is door de Afdeling niet onredelijk bevonden. [9] De rechtbank ziet in de beroepsgronden geen reden om het huidige beleid als onjuist of kennelijk onredelijk te bestempelen of om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de leeftijdsschouw. De rechtbank volgt de genoemde afwijkende uitspraak van de zittingsplaats Roermond niet.
7. Uit het dossier blijkt dat zowel de AVIM op 24 september 2023 als de gehoormedewerker van de IND op 20 juni 2024 bij een schouw heeft geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is. In het rapport van het aanmeldgehoor [10] en in het proces-verbaal van verhoor [11] is overeenkomstig de werkinstructie gerapporteerd welke lichamelijke kenmerken zijn opgevallen en welk gedrag is waargenomen. De gehoormedewerker heeft aan het einde van het aanmeldgehoor aan eiser meegedeeld dat hij wordt gezien als meerderjarige vreemdeling en dat zijn leeftijd zal worden aangepast. Gelet op het geheel aan waargenomen kenmerken, is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusie dat eiser meerderjarig is. Zowel AVIM als IND noemen daarbij als onder meer waargenomen lichamelijke kenmerken opvallende kraaienpoten om de ogen, een terugwijkende haargrens, een duidelijk zichtbare adamsappel en de aanwezigheid van gezichtsbeharing. Het is geen vereiste dat de exacte omschrijving van alle waargenomen kenmerken overeenkomt. De verschillen in het opgemerkte gedrag maken als zodanig niet dat moet worden getwijfeld aan de betrouwbaarheid of bruikbaarheid van de schouw. Geen van beide verslagen noemt waargenomen gedrag dat uitsluitend in verband te brengen is met minderjarigheid. Verweerder heeft ook voldoende gemotiveerd dat aan de overgelegde doopakte en de cijferlijst weinig waarde wordt gehecht omdat dit geen identificerende documenten zijn.
8. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht de geboortedatum [datum] 2006 opgenomen. Het beroep is ongegrond.
9. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten, omdat eiser die redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 467, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 9 januari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4.Europees hof voor de rechten van de mens.
5.arrest van het EHRM van 21 juli 2022, Darboe en Camara tegen Italië, ECLI:CE:ECHR:2022:0721JUDO00579717.
7.Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers, voorheen Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM).
8.Koninklijke Marechaussee.
9.Zie de uitspraak van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3147).
10.Pagina 15 en 16.
11.Pagina 4.