2.2.De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser verklaart dat hij in Turkije wordt gezocht. Eiser is in september 2023 naar Nederland gekomen om vakantie te vieren, maar kreeg na aankomst in Nederland bericht van zijn moeder dat de Turkse politie bij haar thuis langs was geweest en naar eiser op zoek was. De Turkse politie heeft verder geen informatie verstrekt waarom ze naar eiser op zoek zijn en is vervolgens weer weggegaan. Eiser heeft vervolgens met zijn oom gebeld en die gaf aan dat de politie misschien vanwege zijn vader langs was geweest. Eisers oom zei tegen eiser dat hij niet moest terugkeren. Eiser heeft verklaard dat de situatie in Turkije bekend is, dat er geen rechtvaardigheid is en dat hij zich nergens bij heeft aangesloten. Eiser verklaart dat hij wel eens met zijn vader mee ging naar bijeenkomsten, maar dat hij niet wist van wat voor groepering de bijeenkomsten waren. Hij denkt dat het de Gülenbeweging was. Eiser heeft verklaard dat uit het aanhoudingsbevel volgt dat hij wordt beschuldigd van betrokkenheid bij gewapende terreurorganisaties. Eiser kan daarom niet terugkeren naar Turkije.
4. Volgens de minister bevat het asielrelaas van eiser de volgende asielmotieven:
De identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen vanwege toegedicht Gülenisme.
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De minister vindt de problemen vanwege het toegedicht Gülenisme niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die zijn asielmotieven volledig onderbouwen en heeft daarvoor geen goede verklaring.De minister vindt verder dat eisers verklaringen over dit asielmotief geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.De minister werpt eiser tegen dat hij geen origineel aanhoudingsbevel heeft overgelegd en het Whatsapp-gesprek met zijn moeder ook niet heeft overgelegd, dat het aanhoudingsbevel onbevoegd is opgemaakt, dat hij vaag en summier verklaart over het aanhoudingsbevel, dat de vervolging van hemzelf en zijn vader is gebaseerd op vermoedens, dat eiser geen relatie heeft met de Gülenbeweging, dat zijn verklaringen over zijn vader en het Gülenisme vaag en summier zijn en dat hij legaal is uitgereisd. Er is volgens de minister geen sprake van een gegronde vrees voor vervolging bij terugkeer naar Turkije of een reëel risico op ernstige schade.
5. De rechtbank overweegt dat de algemene stelling van eiser in beroep dat de zienswijze als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, onvoldoende is om te kunnen aanmerken als een beroepsgrond waar de rechtbank over moet beslissen. De minister is in het bestreden besluit ingegaan op de zienswijze van eiser. De rechtbank zal daarom de stellingen in de zienswijze, waarvan eiser in beroep niet concreet heeft aangegeven waarom de reactie van de minister daarop volgens hem niet juist of niet toereikend is, niet bespreken.
Het onderzoek van Bureau Documenten
6. De rechtbank overweegt als volgt ten aanzien van het verzoek van eiser om inzage in de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten. Volgens vaste rechtspraak van de Afdelingis een advies van Bureau Documenten een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden, waarop de minister in beginsel mag afgaan. De minister moet wel nagaan of het advies van Bureau Documenten op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen (zorgvuldigheid), de redenering daarin begrijpelijk is (inzichtelijkheid) en de getrokken conclusies daarop aansluiten (concludentie).Er kunnen zich situaties voordoen waarin de vergewisplicht van de minister meebrengt dat hij moet nagaan hoe Bureau Documenten tot zijn conclusies is gekomen.Zo’n situatie doet zich in ieder geval voor als de conclusies van een verklaring van onderzoek in relatie tot de bevindingen naar aanleiding van dat onderzoek vragen oproepen, bijvoorbeeld als die bevindingen niet logischerwijs tot de daaraan verbonden conclusies leiden. Ook als een vreemdeling gemotiveerd heeft betwist dat een verklaring van onderzoek op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten, moet de minister nader invulling geven aan zijn vergewisplicht.Als de minister heeft voldaan aan de vergewisplicht, is het aan eiser om de conclusies uit het deskundigenonderzoek gemotiveerd te betwisten, bijvoorbeeld door een contra-expertise.