ECLI:NL:RBDHA:2026:4382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid terugkeerbesluit beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Eiser, een Oekraïense derdelander, diende op 17 augustus 2022 een asielaanvraag in die op 16 augustus 2023 buiten behandeling werd gesteld. Vervolgens stelde verweerder op 21 februari 2024 een terugkeerbesluit vast, dat later op 16 juli 2025 werd ingetrokken en vervangen door een nieuw terugkeerbesluit. Eiser stelde op 13 april 2024 beroep in tegen het eerste terugkeerbesluit, dat mede van rechtswege betrekking kreeg op het nieuwe besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het eerste terugkeerbesluit te laat is ingediend zonder verschoonbare reden, ondanks de door verweerder veroorzaakte verwarring. De rechtbank benadrukt dat zij inhoudelijk moet toetsen of het terugkeerbesluit rechtmatig is, ongeacht de tijdigheid van het beroep. Eiser behoort tot de groep personen aan wie tijdelijke bescherming is verleend op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), welke bescherming door verweerder is beëindigd.
De rechtbank stelt vast dat het beëindigen van de tijdelijke bescherming niet in strijd is met het Unierechtelijke rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en niet disproportioneel is. Verweerder heeft terecht vastgesteld dat eiser niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en moet terugkeren naar zijn land van herkomst, Algerije. De rechtbank wijst de beroepsgronden af, waaronder het verweer dat verweerder een vergewisplicht heeft om na te gaan of eiser een verblijfsrecht in een andere lidstaat heeft. De rechtbank concludeert dat het terugkeerbesluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit is rechtmatig vastgesteld.