ECLI:NL:RBDHA:2026:4376
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang
Eiser diende op 6 augustus 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 10 oktober 2025 door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing. Tijdens de procedure verliet eiser met onbekende bestemming de opvanglocatie van het COa en verloor zijn gemachtigde het contact met hem.
De rechtbank vroeg de gemachtigde om opheldering over het contact en verblijf van eiser, maar deze gaf aan sinds 7 november 2025 geen contact meer te hebben. Pogingen om contact te herstellen bleven vruchteloos. De minister bevestigde dat eiser zich niet had gemeld bij het COa en nog steeds als vertrokken stond geregistreerd.
Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van zijn beroep. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en behandelde de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter G.W.B. Heijmans op 3 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.