ECLI:NL:RBDHA:2026:4271
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens motiveringsgebrek geloofwaardigheidsbeoordeling
Eiser, een Libische nationaliteit, diende op 21 mei 2023 een asielaanvraag in die door de minister op 16 april 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege niet-tijdige melding en ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank oordeelt dat het besluit een motiveringsgebrek bevat met betrekking tot de toepassing van de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling (WI 2024/6) en vernietigt het besluit.
De rechtbank stelt vast dat de minister niet duidelijk heeft gemotiveerd of en hoe de cumulatieve voorwaarden van artikel 31, zesde lid, Vw zijn beoordeeld en dat een integrale beoordeling van het asielrelaas ontbreekt. Dit is in strijd met artikel 3:46 Awb Pro. Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een asielvergunning.
De rechtbank wijst de beroepsgronden over onvoldoende onderzoek en geloofwaardigheid van de problemen met milities af. Ook is geen sprake van een uitzonderlijke situatie in noordwest-Libië die een verhoogd risico op ernstige schade oplevert. De afwijzing als kennelijk ongegrond wegens niet-tijdig melden wordt bevestigd. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.868,- toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen van de afwijzing als kennelijk ongegrond blijven in stand.