ECLI:NL:RBDHA:2026:427

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
NL25.31484
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 24 februari 2024. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting.

De minister heeft op 7 januari 2025 medegedeeld dat eiseres in de nationale procedure is opgenomen, waarbij Nederland op 3 januari 2025 verantwoordelijk werd voor de aanvraag vanwege het niet tijdig overdragen aan Spanje. De beslistermijn van zes maanden startte daarom op 3 januari 2025 en zou eindigen op 3 juli 2025.

Eiseres diende een ingebrekestelling in op 23 juni 2025, wat de rechtbank prematuur acht omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten voor ontvankelijkheid bij niet tijdig beslissen.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en griffier A.S. van der Veen en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31484

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
mede namens haar de minderjarige kinderen:

[naam], geboren op [geboortedatum],

[naam], geboren op [geboortedatum],
(gemachtigde: mr. A. de Haan),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 24 februari 2024.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. Het niet tijdig nemen van een besluit wordt voor de toepassing van bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld. [2]
3. Een beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om tijdig te beslissen en twee weken zijn verstreken na ontvangst van een schriftelijke ingebrekestelling. [3]
4. De minister moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. [4] De beslistermijn na een Dublin-claim vangt aan op de datum dat wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. [5]
5. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 24 februari 2024. Bij brief van 7 januari 2025 heeft de minister eiseres medegedeeld dat zij in de nationale procedure opgenomen wordt. De rechtbank stelt vast dat Nederland op 3 januari 2025 verantwoordelijk is geworden voor de aanvraag, omdat eiseres niet tijdig is overgedragen aan de autoriteiten van Spanje. De beslistermijn van zes maanden is daar mee aangevangen op 3 januari 2025 en zou verstrijken op 3 juli 2025. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 23 juni 2025 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. [6]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Artikel 6:12, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4.Artikel 42, eerste lid, Vreemdelingenwet (Vw).
5.Artikel 42, zesde lid, Vreemdelingenwet (Vw).
6.Artikel 6:12, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb).