ECLI:NL:RBDHA:2026:4254

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
NL25.16918
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit herbeoordeling asielaanvraag wegens motiveringsgebrek

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van drie eisers tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie. Na een eerdere tussenuitspraak waarin verweerder de gelegenheid kreeg het besluit te herstellen, bleef reactie uit. De rechtbank besloot het onderzoek zonder zitting te sluiten.

De rechtbank verklaarde het beroep van eiser 2 gegrond vanwege een motiveringsgebrek in het besluit over de herbeoordeling van Noord-Macedonië als veilig land van herkomst. Verweerder had onvoldoende ingegaan op het betoog dat eiser 2 geen bescherming van de autoriteiten in Noord-Macedonië kan verkrijgen. De overige beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het eiser 2 betreft wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser 2.

Uitkomst: Het beroep van eiser 2 wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek; de overige beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16918

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] , eiser 1 [eiseres] , eiseres [eiser 2] , eiser 2 [eiser 3] , eiser 3,

hierna samen: eisers
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] en [V-nummer 4]
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Sanchéz-Rhemrev).

Procesverloop

Voor het procesverloop tot aan de tussenuitspraak van de rechtbank van 20 november 2025 verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak. [1]
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken mee te delen of van de gelegenheid gebruik wordt gemaakt om binnen zes weken na plaatsing van de tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de tussenuitspraak.
Verweerder heeft hier, ook na rappel, niet op gereageerd.
Omdat geen van de partijen, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht, heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Voor een beschrijving van de feiten, de eerder ingenomen standpunten van partijen en overwegingen van de rechtbank verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.
Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het bestreden besluit ten aanzien van eiser 2 lijdt aan een motiveringsgebrek, omdat verweerder niet tijdig is overgegaan tot een herbeoordeling van Noord-Macedonië als veilig land van herkomst, zoals bedoeld in de Afdelingsjurisprudentie. Verweerder is derhalve uitgegaan van een verkeerd beoordelingskader en is onvoldoende ingegaan op eisers betoog dat hij geen bescherming van de autoriteiten in Noord-Macedonië kan verkrijgen.
Verweerder heeft niet kenbaar gemaakt dat hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep voor zover deze ziet op eiser 2 gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit op het voornoemde onderdeel wegens strijd met de vereiste zorgvuldigheid (artikel 3:2 van Pro de Awb [2] ) en het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb Pro). De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat verweerder alsnog het juiste beoordelingskader dient toe te passen en dient te motiveren op welke wijze eisers betoog over de bescherming van de autoriteiten wordt betrokken in de beoordeling van zijn asielaanvraag. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat verweerder immers niet heeft aangegeven het gebrek te willen herstellen. Verweerder moet daarom een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak.
5. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser 2 een vergoeding van de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt €1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van €934,- en een wegingsfactor 1).
6. Ten aanzien van de overige eisers geldt dat hun beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard, zoals reeds is geoordeeld in rechtsoverweging twee van de tussenuitspraak.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor eiser 1, eiser 3 en eiseres;
- verklaart het beroep gegrond voor zover deze ziet op eiser 2;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser 2 tot een bedrag van €1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan op 3 maart 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kunt een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Met het kenmerk: ECLI:NL:RBDHA:2025:22059.
2.Algemene wet bestuursrecht.