Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Juridisch kader
Beoordeling door de rechtbank
64-aanvraag enkel heeft ingediend om de overdracht uit te stellen. Daarbij is niet gebleken dat eiser de benodigde medische zorg in Roemenië niet kan krijgen.
6.2. In dit verband constateert de rechtbank allereerst dat een hersteltermijn van twee uren een korte periode is. In deze situatie, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval, is de termijn naar het oordeel van de rechtbank echter niet onredelijk kort en is niet gebleken dat het voor eiser niet mogelijk was om de gevraagde gegevens binnen de termijn aan te leveren. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiser in de avond van 16 oktober 2025 een onvolledige aanvraag heeft ingediend, waarvan eiser wist dat deze pas op vrijdag 17 oktober 2025 gezien zou worden. Ook wist eiser dat hij op maandag 20 oktober 2025 vroeg in de ochtend naar Roemenië zou vliegen. Daarnaast heeft eiser tijdens zijn vertrekgesprek op
17 oktober 2025 verklaard dat hij de aanvraag enkel heeft ingediend om overdracht te voorkomen. Hoewel uit het dossier [3] blijkt dat eiser de GZA-arts en de specialist (op
16 oktober 2025 in de avond en) op 17 oktober 2025 in de ochtend per e-mail heeft gevraagd met spoed de benodigde medische informatie te verstrekken, heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank kunnen meewegen dat eiser niet pas vanaf het moment dat het herstelverzuim was geboden in de gelegenheid was om de medische stukken te verzamelen. Eiser was immers al langere tijd op de hoogte van zijn medische situatie en de overdracht aan Roemenië. Hij was in ieder geval vanaf de datum van zijn operatie,
1 oktober 2025, in de gelegenheid om de benodigde medische stukken te verzamelen. Niet is gebleken dat eiser zich heeft ingespannen om deze stukken te verkrijgen voordat hij de aanvraag indiende. Vervolgens heeft eiser in de ochtend van 20 oktober 2025 de opvang verlaten en is met onbekende stemming vertrokken, waardoor het voor de GZA-arts niet langer mogelijk was de gevraagde informatie te verstrekken. [4] Niet is gebleken dat de gevraagde gegevens van de specialist van eiser wel door eiser zijn overgelegd. Ook tijdens de zitting is naar voren gebracht dat tot op heden geen nadere medische stukken zijn opgevraagd of verkregen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser daarmee niet genoegzaam aangetoond dat het voor hem niet mogelijk was om de gevraagde gegevens binnen de gegeven korte termijn aan te leveren. [5] De rechtbank overweegt daarbij dat het aan eiser is om een volledige aanvraag in te dienen, zeker nu hij zich laat bijstaan door een professioneel gemachtigde.